Mondelinge vraag aan minister De Block: cochleair implantaat

Door Yoleen Van Camp op 27 november 2019, over deze onderwerpen: Volksgezondheid

Mevrouw de minister, eind november konden we in de krant de getuigenis van Aisha Vrancken lezen. Op haar derde verjaardag kreeg zij een cochleair implantaat (Ci) aangebracht, een ingrijpende operatie met lange revalidatie. Aisha is ondertussen 17 jaar en het implantaat voldoet niet meer. Ze heeft dringend een tweede nodig om goed te kunnen blijven functioneren. Probleem is dat een tweede implantaat slechts wordt terugbetaald tot de leeftijd van 12 jaar. Vanaf 1 december gelden soepelere criteria voor subsidiëring van een Ci, maar het blijft zo dat tieners uit de boot vallen. De prijs van zo een implantaat bedraagt tegenwoordig 16.000 euro, wat een enorme smak geld is als je dit volledig zelf moet betalen.

Volgens het ministerie van Volksgezondheid vallen kinderen vanaf 12 jaar uit de boot voor de terugbetaling van een tweede implantaat, omdat vanaf die leeftijd sprake is van progressief gehoorverlies. Daarom wordt volgens de wetgever een tweede Ci niet in de subsidieregeling opgenomen, zelfs niet voor goed horende tieners die na hun twaalfde levensjaar om een of andere reden doof worden. De terugbetaling van een Ci (en dus ook een tweede) is voorbehouden voor kinderen die van bij de geboorte aan beide oren doof zijn waarvan de oorzaak zich bevindt in het binnenoor. Nochtans trekt de overheid wel bijna 39.000 euro uit voor een persoonlijke schrijftolk tijdens achttien lesuren op school.

Mijn vragen aan u zijn dan ook:

  1. Is het niet mogelijk om deze middelen efficiënter en effectiever in te zetten, en in de eerste plaats te voorzien voor de terugbetaling van implantaten? Op die manier zullen er uiteraard een pak minder kosten voor tolken zijn.
  2. Door de redenering te volgen dat er vanaf 12 jaar sprake is van progressief gehoorverlies en er dus geen terugbetaling meer voorzien is, vallen heel wat mensen uit de boot, waardoor hun levenskwaliteit daalt, zij niet meer mee kunnen in de maatschappij en uiteindelijk daardoor vaak meer aan de maatschappij kosten dan de kostprijs van een terugbetaling van een implantaat. Welke maatregelen voorziet u om hieraan tegemoet te komen?
  3. Ook bij Baha toestellen blijft de terugbetaling achter. Dit zijn vaak mensen bij wie gewone hoortoestellen niet werken en die sociaal helemaal geïsoleerd dreigen te geraken als ze niet investeren in Baha toestellen. Dat komt wel neer op een kostenplaatje van 9000 euro om de 5 jaar, waarbij er quasi geen terugbetaling voorzien is. Welke oplossingen voorziet u hier?

Minister Maggie De Block: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van Camp, ik zal u een stand van zaken moeten geven, waarover niets in de kranten stond.

De criteria voor de vergoedingsvoorwaarden zijn gebaseerd op gegevens van de wetenschap­pelijke literatuur die de voordelen van een cochleair implantaat in verschillende gevallen van gehoorverlies aantonen.

De Commissie Tegemoetkoming Implantaten en Invasieve Medische Hulpmiddelen van het RIZIV stelt alles in het werk om beslissingen te nemen die gebaseerd zijn op de beschikbare bewijzen en die rekening houden met de budgettaire mogelijkheden om zoveel mogelijk mensen te kunnen helpen.

Die aanpassingen, die een grote voorbereiding vergden, hebben wij gedaan hebben. Wij hebben een uitbreiding van de terugbetaling van de medische verstrekkingen gedaan. In sommige gevallen waren er inderdaad voldoende weten­schappelijke gegevens beschikbaar om aan te nemen dat bij voldoende personen een voldoende meerwaarde kon bekomen worden. Dat wordt telkens afgewogen tegen de kost van de verplichte verzekering voor de maatschappij. De bedoeling is om aan een efficiënte en effectieve begrotingstoewijzing te komen.

Volgens de WHO lijden meer dan 360 miljoen mensen, dus meer dan 5 % van de wereld­bevolking, aan een invaliderend gehoor­verlies. De doofheid kan bij de geboorte aanwezig zijn of later optreden.

De meerwaarde van een cochleair implantaat hangt af van de ernst van het gehoorverlies, van het feit of het gehoorverlies bilateraal is of niet, het moment van de implantatie ten opzichte van het moment van het ontstaan van de doofheid en de leeftijd van de patiënt.

De prijs is inderdaad 16.000 euro voor de interventie, de revalidatie en het implantaat. De wetenschappelijke consensus is dat deze kosten verantwoord zijn voor een implantaat in het eerste oor, dus het slechtste oor. De beperkte meerwaarde van een tweede cochleair implantaat voor een volwassene staat niet in verhouding tot de additionele kost.

Cochleaire implantaten worden terugbetaald voor dove personen en sinds de uitbreiding op 1 december 2019 ook voor personen met een ernstig gehoorverlies. Dat betekent dat er ongeveer twee maal meer patiënten in aanmerking kunnen komen voor terugbetaling.

Uit een bevraging van de Belgische keel-, neus- en oorartsen eerder dit jaar, tijdens de beoordeling van de uitbreiding van de criteria, bleek dat zij een tweede cochleair implantaat voor volwassenen niet als prioritair beschouwden.

Bilaterale cochleaire implantaten voor kinderen tot 12 jaar worden daarentegen wel terugbetaald omdat er studies bestaan die een meerwaarde aantonen voor de ontwikkeling van het kind, onder andere beter spraak verstaan, een betere taalontwikkeling en betere schoolvaardigheden.

Momenteel is er geen terugbetaling van een tweede cochleair implantaat voor patiënten ouder dan 12 jaar. Het is mogelijk dat dit ook een positief effect kan hebben op evenwicht, geluid, lokalisatie of levenskwaliteit. Er zijn inderdaad volwassenen met een tweede cochleair implantaat die zeggen dat zij hier voordeel van ondervinden, maar dat is niet bewezen. De wetenschappelijke literatuur heeft aangetoond dat dit niet voor iedereen zo is en dat een unilateraal cochleair implantaat bij de meeste dove mensen een relevante verbetering van het gehoor en de quality of life geven, maar momenteel is er nog niet genoeg weten­schappelijke informatie beschikbaar bij volwas­senen om te bepalen wie gebaat zou zijn bij tweede cochleair implantaat en wie niet.

Een van de redenen daarvoor zou zijn dat de hersenplasticiteit die noodzakelijk is voor optimale auditieve capaciteiten met een cochleair implantaat neigt af te nemen na de kindertijd. Daarom is een vroege interventie juist nodig. Die is ook aanbevolen door de wetenschappelijke studies en de Belgische keel-, neus- en oorartsen. Er wordt dus gedurende meerdere jaren een tweede cochleair implantaat voor kinderen tot 12 jaar terugbetaald. Ook bij de uitbreiding van de criteria van 1 december 2019 werd er daarom beslist om momenteel voor volwassenen of tieners ouder dan 12 jaar geen tweede cochleair implantaat terug te betalen.

Indien een cochleair implantaat wordt ingebracht net voor de leeftijd van 12 jaar moeten de ouders door de arts-specialist worden geïnformeerd over de beperking tot 12 jaar en dat een tweede implantaat niet meer tot de mogelijkheden zal behoren. Deze beperking staat duidelijk in de reglementering beschreven, maar dit werd in het bewuste artikel niet gecommuniceerd.

Sinds 1 februari 2019 is ook een wijziging doorgevoerd in het artikel 31 van de nomenclatuur van geneeskundige verstrekkingen voor BAHA-toestellen. Dit houdt een verhoging in van de terugbetaling van botverankerende begeleiding via een bijkomende tegemoetkoming, bovenop de tegemoetkoming voor de toerusting met luchtgeleiding.

De verstrekking van de bijkomende tegemoet­koming voor een toerusting met beengeleiding wordt opgesplitst in een verstrekking voor beengeleiding zonder botverankering en zes nieuwe verstrekkingen met beengeleiding met botverankering.

Hierbij wordt in een eerste verstrekking en een hernieuwing voorzien voor de drie verschillende leeftijdscategorieën. Deze maatregel zorgt er dus voor dat de eigen bijdrage van de rechthebbende enorm daalt.

Het invasieve deel, het implantaat van een BAHA, is volledig terugbetaald door de ziekteverzekering.

 

Yoleen Van Camp (N-VA): Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord. De verbeterde terugbetaling die werd ingevoerd, onder meer op onze vraag, wordt zeker gewaardeerd en maakt al een verschil in de praktijk.

Ik blijf evenwel herhalen dat dit nog altijd niet voor iedereen wordt terugbetaald. Er wordt gezegd dat dit is omdat het niet prioritair of niet bewezen zou zijn. Dat is natuurlijk een drogreden. Dat is omwille van budgettaire redenen. Voor wie niet kan horen en al een implantaat had en dit moet laten vernieuwen, geldt het argument van de hersen­plasticiteit totaal niet. Dit zou ook moeten worden terugbetaald.

Ook daarvoor zou in de terugbetaling moeten worden voorzien. Zoals al opgemerkt, hebben dove mensen zelf niet om hun doofheid gevraagd. Wij kunnen hen helpen en dat is ook de plicht van onze maatschappij zodat zij opnieuw kunnen deelnemen aan zowel het onderwijs als de arbeidsmarkt.

Ik begrijp niet waarom dat niet of niet volledig gebeurt.

Ik moet bekennen dat het ook enige tijd in beslag heeft genomen, vooraleer ons vorige pleidooi werd gevolgd. Wij zullen dus ook in dat dossier blijven pleiten, tot de terugbetaling volledig is geregeld.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is