Mondelinge vraag aan minister De Block: Corona – Afname Covid 19 testen door thuisverpleging

Door Yoleen Van Camp op 16 mei 2020, over deze onderwerpen: Volksgezondheid

Op basis van het Koninklijk Besluit van 18 juni 1990 kan een arts, op basis van een voorschrift, aan de verpleegkundige de staalafname en collectie van secreties en excreties toevertrouwen.

Recentelijk werd het volgende beslist met betrekking tot het aanrekenen van deze staalafnames door de huisarts in residentiële voorzieningen: de nomenclatuurcodes 103434 (bezoek naar aanleiding van eenzelfde reis voor meer dan twee rechthebbenden door de huisarts) en 103235 (bezoek door een huisarts op basis van verworven rechten naar aanleiding van eenzelfde reis voor meer dan twee rechthebbenden) kunnen worden gehanteerd voor de dekking van de kosten van de afname van de stalen. In deze beslissing werd gesteld dat de staalafname kan gebeuren door een andere zorgverlener onder het toezicht van de huisarts.

Eén van de vergoedingsvoorwaarden voor de nomenclatuurcodes 103434 en 103235 is dat het bezoek aan de patiënt wordt uitgevoerd door de huisarts. Dit besluit stelt evenwel dat de staalafname ook kan gebeuren door een andere zorgverlener.

  1. Hoe kan dit in zijn werk gaan?
  2. Mag een zelfstandige verpleegkundige de staalafname in de residentiële voorziening uitvoeren en vervolgens factureren aan de huisarts, die dit dan aanrekent aan de mutualiteit op basis van de codes?
  3. Daarenboven werd er enkel voorzien in een code die mag gehanteerd worden bij een staalafname in een residentiële voorziening. Wat met de afnames die gebeuren bij de patiënten thuis?
  4. Voor de staalafnames die bij de patiënt thuis gebeuren door de thuisverpleegkundige op basis van een voorschrift van een arts bestaat geen nomenclatuurnummer. Is dit niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel?

Minister De Block: Mevrouw Van Camp had een vraag over de staalafnames. Momenteel bestaat er geen specifieke verstrekking in de nomenclatuur voor afname van een staal met een keel- of neuswisser door artsen of verpleegkundigen. Daar is ook geen nieuwe regeling voor gemaakt. Op de webpagina wordt enkel bevestigd dat de verstrekkingen voor bezoeken door huisartsen of huisartsen met verworven rechten voor een bezoek naar aanleiding van een zelfde reis voor meer dan twee rechthebbenden, ook kunnen worden gebruikt voor de staalafname. Voorts vermeldt de pagina het honorarium voor die prestaties en ook de invoering, consultatie en opvolging van de resultaten via het cybernet omvat. Alle geldende regels betreffende facturatie, remgeld en derde-betalersregeling blijven van toepassing. De kosten kunnen enkel worden aangerekend, indien ze zijn uitgevoerd door huisartsen. Indien ze niet werden uitgevoerd door artsen, kunnen ze niet gefactureerd worden aan de verzekeringsinstelling. Voor verpleging is het dus niet mogelijk om nu een nomenclatuurnummer aan te rekenen. In afnamecentra is wel in een forfaitair uurloon voorzien voor verpleegkundigen die de staalafnames mee zouden uitvoeren. Voor staalafnames bij patiënten thuis is er nog geen specifieke regeling.

 

Yoleen Van Camp (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik ben echt zeer blij met de antwoorden op de vragen. Nogmaals bedankt. Ik ben blij dat u aan onze vraag bent tegemoetgekomen. We hebben samen een mooi resultaat geboekt met de verhoogde honoraria voor de thuisverpleging en dan ook nog eens met terugwerkende kracht. Dat is zeer mooi. Ik ben vandaag zeer gelukkig dat we dit kunnen verwezenlijken voor deze sector die het zeer moeilijk heeft.

U zei wel dat het nomenclatuurnummer voor de staalafname nog niet geregeld is. Ik zou u willen vragen om dit nog te bekijken. Ofwel moet duidelijk zijn dat de mensen van de thuisverpleging de staalafnames niet doen en er dan ook niet voor worden vergoed, maar zij zijn daarvoor goed opgeleid en zij doen dat prima, zowel in de residentiële zorg als in de thuisomgeving van de patiënten. Het is nu alle hens aan dek. Zij zijn daarvoor perfect uitgerust. Dan moeten zij daarvoor correct worden vergoed. Ik wil vragen dat u daarvan werk maakt.

Met betrekking tot de instellingen verwees u naar uw oplossingen voor het tekort aan verplegend personeel. Daar ben ik het compleet niet met u eens. U hebt in het verleden ook al geopperd om buitenlandse werkkrachten aan te trekken. Recent wilde u werklozen opleiden voor het beroep van verpleger.

Ik heb daarover in 2018 naar aanleiding van uw voorstel toen al een hele duidelijke opinie geschreven. Zolang de aantrekkelijkheid van het verpleegkundig beroep met een betere verloning en meer handen aan het bed niet is opgelost, is dat dweilen met de kraan open. De nieuwe krachten die we eventueel kunnen aantrekken uit welke sector dan ook zullen heel snel op dat beroep uitgekeken geraken.

We weten dat voor elke patiënt extra die een verpleegkundige op een afdeling onder haar hoede moet nemen niet alleen de kans op een vermijdbaar overlijden maar ook de kans op een burn-out met 23 % toeneemt. Die cijfers zijn niet te ontkennen.

U was heel kort over de bonus voor het zorgpersoneel. U mag die niet in de Maribel storten, maar u moet voorzien in een voorbestemming voor het verplegend personeel, voor wie zorgen in de ziekenhuizen verleent. Dat kan via het BFM worden gegarandeerd, bijvoorbeeld door samen met de deelstaten de normbestaffing te verhogen en op het federale niveau in de middelen daarvoor te voorzien.

De enquête over de structurele middelen voor de ziekenhuizen loopt tot 25 mei. Ik zal u graag later ondervragen over de stand van zaken.

Ik had ook een kleine vraag over obesitas, waarop u een beperkt antwoord gaf. U verwees naar uw initiatieven in de vorige legislatuur, die we samen met CD&V in het Parlement hebben genomen. Ik denk bijvoorbeeld aan de etikettering van gezonde voeding, maar ik heb nog geen nieuwe initiatieven gehoord.

De cijfers wijzen uit dat er echt wel actie nodig is. Ze tonen aan dat uw vroegere beleid niet afdoende was. Er is sindsdien niets meer gebeurd. Ik vraag u dus om hierin actie te ondernemen.

Op mijn vragen over de face shields heb ik noch van u, noch van uw collega een antwoord gekregen. Waarom werd er voor stoffen maskers gekozen en niet voor face shields? Die kunnen namelijk even goedkoop vervaardigd worden en er zijn geen problemen met stoffen, fabricage, filters en wassen. Ze zijn onmiddellijk ontsmetbaar en herbruikbaar Ze zijn duurzaam en ze geven een bijna volledige bescherming in de twee richtingen. Ook de ogen zijn beschermd. Met een face shield vermijdt men ook het gezicht aan te raken. Ik wil u dus nogmaals vragen om de aanschaf ervan te overwegen. Ik zal ondertussen de vraag ook stellen aan uw collega's Goffin en Geens, want er zijn in dit land zeer veel ministers bevoegd voor alle beschermingsmaterialen. Ik zal mij dan ook tot hen richten met die vraag.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is