Mondelinge vraag aan minister De Block: Corona – evaluatie nomenclatuur thuisverpleging

Door Yoleen Van Camp op 10 juni 2020, over deze onderwerpen: Volksgezondheid

Na lang aandringen ging u in op de vraag om de nomenclatuur voor de thuisverpleging te verhogen in het kader van Covid, én met terugwerkende kracht. Dit is een mooi signaal naar de sector die het zo hard te verduren heeft.

Er leeft bij de sector echter vrees dat, nu we volop in de fase van de exit zitten, deze verhoging van de nomenclatuur zal teruggeschroefd worden en terug op hetzelfde lage niveau van voor de Corona crisis zal gezet worden. Er is een structureel probleem met de honoraria van de thuisverpleging, bijvoorbeeld 5 euro voor een inspuiting dekt niet eens materiaalkost, laat staan verplaatsing, administratie, met ook verplichte inlezing e-ID, tijd, ...

Vorige commissie vertelde u dat de maatregelen tot eind deze maand gelden en dat er binnen het verzekeringscomité een werkgroep is opgericht die deze maatregelen zal evalueren en eventueel nieuwe initiatieven zal nemen of de maatregelen zal verlengen.

Mijn vraag is:

  1. Is deze werkgroep al opgestart en indien zo, wat zijn hun (tussentijdse) bevindingen?
  2. Wie exact zit er allemaal in deze werkgroep?
  3. Op basis van welke parameters en welke criteria zullen zij de evaluatie uitvoeren en beslissen over een verlenging en/of nieuwe maatregelen?

Minister De Block: Mevrouw Van Camp, over de thuisverpleging. Op dit moment beschikt het RIZIV nog niet over de gegevens van de nieuwe COVID-19-verstrekkingen. Die zouden de komende dagen beschikbaar zijn en door het RIZIV worden verwerkt. In de loop van de week van 22 juni zou normaal gezien antwoord kunnen worden gegeven op uw vraag.

Dan de financiering van de kosten. Voor COVID-19 wordt beroep gedaan op een bijkomende financiering uit de algemene middelen. Ik dacht dat ik dit al had vermeld. Bij de goedkeuring van de maatregelen, vervat in KB nr. 20 van 13 mei, verwijs ik naar het standpunt van de minister van Begroting, waarbij de financiële weerslag van dit KB, 157,2 miljoen, kan worden gefinancierd via een toewijzing vanuit de interdepartementale provisie aan de begroting FOD Sociale Zaken en een transfer van de begroting van de FOD Sociale Zaken naar het RIZIV via een specifieke dotatie. Voor de verpleegkundigen bedroeg deze bijkomende financiering, zonder de cohortezorg, voor de aanpassing van de basisverstrekkingen en forfaits 59,9 miljoen euro aan 90 % van het aantal verstrekkingen. Voor de follow-up van COVID-19-patiënten was dat 2,9 miljoen euro voor drie maanden. Deze bron van financiering dient momenteel enkel voor financiering van kosten inzake COVID-19 van de maatregelen vervat in KB 20 van 13 mei.

Wat de evaluatie van de nomenclatuur betreft, het verzekeringscomité heeft eind mei een werkgroep opgericht inzake tussenkomst in de kosten die zorgverleners maken voor bijkomende beschermingsmaatregelen en beschermingsmateriaal. Deze werkgroep bestaat uit leden van het verzekeringscomité van de betrokken sectoren en heeft voor het eerst vergaderd op 3 juni. Daarbij was een vertegenwoordiger van de verpleegkundigen aanwezig. Het was een constructief overleg en op basis van de toen geleverde input en bijkomende informatie van de sectoren heeft de administratie op 15 juni een overzichtsnota voorgelegd aan het verzekeringscomité, met verschillende voorstellen inzake de thuisverpleging.

Nu worden op korte termijn de nota, de ingezamelde reacties en de budgettaire gevolgen bekeken. Het RIZIV plant ook al monitoring van de nieuwe COVID-19-verstrekkingen. De verzekeringsinstellingen werd gevraagd de gegevens betreffende deze verstrekkingen sneller aan te leveren dan normaal wordt gedaan.

Door de analyse van die gegevens en het gebruik van de nomenclatuur zullen wij bij de evaluatie van de COVID-19-maatregelen worden geholpen.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is