Mondelinge vraag aan minister De Block: Coronacrisis – thuisverpleegkundigen

Door Yoleen Van Camp op 22 maart 2020, over deze onderwerpen: Volksgezondheid

De coronacrisis legt op heel onze maatschappij een enorme druk, maar een groep die er specifiek door geraakt wordt, zijn de thuisverpleegkundigen. Zij kunnen niet anders dan blijven doorwerken en gaan van het ene huis naar het andere, van de ene persoon naar de andere. In tijden waarin men iedereen aanraadt om “in hun kot te blijven” een risicovolle bezigheid dus.

Het is dan ook logisch dat de thuisverpleging zich zorgen maakt, niet alleen omwille van hun gezondheid, maar ook over de toenemende werkdruk en de onzekerheid. Het helpt dan ook niet dat ze zich door de overheid in de steek gelaten voelen, omdat er voor hen amper tot geen mondmaskers en desinfecterende gels voorzien worden.

Mijn vragen aan u zijn dan ook:

  1. De thuisverpleging heeft te kampen met extra werkdruk en extra kosten (mondmaskers, gels, …). Bent u zich hiervan bewust en hoe gaat u aan deze  verzuchtingen tegemoetkomen?
  2. De honoraria voor thuisverpleegkundigen was al aan de schandalig lage kant, maar is nu echt totaal onverantwoord en onverdedigbaar aan het worden. Welke stappen plant u hier om dit te verhogen?
  3. De thuisverpleging voelt zich in de steek gelaten bij de verdeling van medische hulmiddelen zoals bijvoorbeeld de mondmaskers. Waarom zijn er met deze sector geen duidelijke afspraken gemaakt en waarom werd er aan hen geen voldoende middelen aangeboden?
  4. Met de ziekenhuizen is er overleg bezig om hen (financieel) te compenseren voor alle investeringen die zij doen om deze coronacrisis het hoofd te bieden. Welke compensaties voorziet u voor de thuisverpleging? Zijn de gesprekken met deze sector al opgestart?

Minister Maggie De Block: Mijnheer de voorzitter, ik zal het principe van de replieken respecteren, maar om 16.30 uur moet ik van Zoom naar Webex overschakelen om deel te nemen aan een belangrijke vergadering van het OCC.

Ik begin met vragen betreffende de ziekenhuizen, de capaciteit, de opnames van buitenlandse patiënten, waar onder andere mevrouw Van Hoof naar vroeg. Mijn hoofdbezigheid betreft inderdaad alle inspanningen om de capaciteit in onze ziekenhuizen vrij te maken en te houden. Voor een aantal patiënten met niet dringende zorg zien we dat er ingrepen werden uitgesteld, maar anderzijds zien we dat nu een aantal ziekenhuizen over de top van de epidemie schijnt te zijn en die hervatten die activiteiten deels, wat ook moet.

Kunnen wij solidair capaciteit ter beschikking stellen van het buitenland? Een aantal van onze ziekenhuizen, voornamelijk dan universitaire ziekenhuizen, heeft in het kader van de tertiaire functie protocollen met, bijvoorbeeld, Nederland. Het UZ Gent is zo een tertiair ziekenhuis voor patiënten uit Zeeuws-Vlaanderen. Er zijn nog samenwerkingen in andere grensgebieden. De ziekenhuizen bepalen zelf of zij hiertoe in staat zijn. Wij zijn natuurlijk voorstander, maar tot vorige week waren de ziekenhuizen gelet op de toestand toen wat huiverachtig. Men wist niet waar men zou eindigen als het aantal op intensieve zorg opgenomen patiënten zou blijven stijgen, en men kan nu eenmaal geen twee patiënten in één bed leggen.

Er waren ook vragen over de geestelijke gezondheidszorg. Wij menen dat de crisis een aanzienlijke psychosociale impact zal hebben en dat we het aanbod dus zullen moeten uitbreiden. Die uitbreiding is voorgelegd aan het begeleidingscomité, waarin ook vertegenwoordigers van de beroepsverenigingen zitten. De modaliteiten van de conventie psychologische eerstelijnszorg werden uitgebreid tot –18-jarigen en de 65-plussers. Voorts lopen er wetenschappelijke onderzoeken om te bepalen waar er meer nood aan zal zijn. Daarnaast werden telefonische consultaties van psychiaters en psychologen mogelijk gemaakt. Ook door arbeidsartsen en externe diensten voor preventie en bescherming op het werk kan er doorverwezen worden naar een geconventioneerde psycholoog. Er zullen verdere maatregelen komen op basis van de gegevens van de werkgroep.

De geestelijke gezondheidszorg moet inderdaad meteen worden aangepakt. Het verleden heeft ons geleerd dat hoe langer men wacht om hulp te zoeken, hoe sterker die zorg gemist wordt.

Het crisiscentrum geeft in de dagelijkse briefing het belang van de geestelijke gezondheidszorg en de mentale hygiëne aan. Er wordt inderdaad van die communicatie gebruikgemaakt om die boodschap mee te geven.

Het is belangrijk dat zorg niet worden uitgesteld. We onderzoeken daar nog andere initiatieven voor.

Madame Hennuy, pour ce qui concerne le Fonds "blouses blanches", voici deux semaines, nous sommes parvenus à un accord global au sein du groupe de travail parlementaire concernant l'utilisation de moyens supplémentaires. Cet accord implique que ce budget et les moyens qui concernent les hôpitaux seront alloués à l'aide du système existant du Budget des Moyens Financiers (BMF) et que les partenaires sociaux seront impliqués dans cette allocation.

Mes services se sont mis au travail. Il faut en effet élaborer et analyser plusieurs éléments et déterminer comment s'organiser pratiquement: définition des critères, modifications requises au niveau des législations, etc. Ce travail se poursuit avec une concertation sociale qui n'est pas évidente vu les circonstances actuelles. J'attends aussi l'avis du Conseil fédéral des établissements hospitaliers. Je peux toutefois vous assurer, tenu compte des moyens disponibles, que nous mettons tout en œuvre pour avancer mais nous ne sommes pas encore prêts à soumettre le texte au Parlement. Bien entendu, nous y travaillons.

De nombreuses questions portaient sur le testing, notamment sur le nombre de tests et sur les choix effectués par les entités fédérées. Je vous transmettrai toutes les réponses à cet égard par écrit. Vous constaterez qu'il s'agit des mêmes réponses que celles données par Philippe De Backer, étant donné que nous travaillons tous les jours ensemble.

Mevrouw Van Camp, u had een vraag over het overleg met de sector van de thuisverpleging. Het overleg begon medio maart 2020. Het specifieke comité binnen de RMG bestaat en is samengesteld uit mensen van de FOD Volksgezondheid, vertegenwoordigers van alle deelstaten, vertegenwoordigers van de sector van de thuisverpleging en ook iemand van mijn beleidscel.

Er werd een oplijsting gemaakt en er werden concrete voorstellen geformuleerd. Dat heeft geleid tot een aantal maatregelen op verschillende niveaus, om de sector te helpen, onder andere de opschorting van de e-ID-lezing door het RIZIV. Er zijn ook maskers verspreid in de sector. Er zijn specifieke richtlijnen uitgewerkt voor de thuisverpleegkundigen. De nomenclatuur van de thuisverpleging werd aangepast. Ook zijn er maatregelen getroffen, zoals de verhoging van het honorarium en de terugbetaling van de bezoeken door thuisverpleegkundigen, vergoeding voor follow-up en toezicht bij patiënten met COVID-19-besmetting en een gerelateerde problematiek in thuissituaties.

Mevrouw Gijbels, u bent nieuwsgierig naar het koninklijk besluit. Dat is er nog niet, want wij wachten natuurlijk nog op het advies van de Raad van State. Het besluit is ook nog maar vorige week besproken met de zogezegde superkern. De superkern bevat de huidige kern plus de tien partijvoorzitters.

Het gaat, kort samengevat, over de mogelijkheid om verpleegkundigen en artsen die wij in een dergelijke crisis te kort hebben, door andere gezondheidszorgbeoefenaars te kunnen laten bijstaan, met als doel ook door hen verpleegkundige handelingen te kunnen laten stellen. Ik denk aan zorgkundigen, ergotherapeuten, kinesitherapeuten en andere. Zij kunnen dat op vrijwillige basis doen. Zij kunnen die handelingen verstrekken na een vorming en in samenwerking met artsen of verpleegkundigen. Het gaat om een noodscenario, dat kan worden toegepast, als onze aantallen in te zetten verpleegkundigen zouden zijn uitgeput.

Een tweede koninklijk besluit heeft tot doel bepaalde gezondheidszorgbeoefenaars op te vorderen. Dat was een vraag van mevrouw Jiroflée en van mevrouw Merckx. Ik hoop dat wij het besluit nooit nodig zullen hebben. Mocht het echter nodig zijn om de continuïteit van de zorg te kunnen garanderen, dan is het goed dat wij een dergelijk koninklijk besluit hebben.

Zij zullen worden ingezet waar nodig en waar er een tekort is. Dat wordt natuurlijk in overleg gedaan. Dat ligt ook voor advies bij de Raad van State. In het overlegcomité werd afgesproken dat als het nodig zou zijn, er altijd voorafgaand overleg zou zijn met de deelstaatministers en met de sector. Maar nogmaals, ik hoop dat we het niet nodig zullen hebben.

Wij kunnen de modaliteiten daarvan later bespreken, maar wat betreft het aantal gezondheidszorgbeoefenaars dat moet worden opgevorderd, dat wordt niet alleen besproken met de betrokkenen, maar ook met de gezondheidsinspecteur en de gouverneur. Wij gaan daar voor een heel overlegde, maar pragmatische aanpak.

Veel leden hebben een vraag gesteld over de psychosociale impact van de gezondheidscrisis. Wat dat betreft, hebben ook de gemeenschappen aanvullende initiatieven genomen, zoals laagdrempelige telefoon- of chatlijnen. Zelf heb ik meegeholpen aan de lancering van een telefoonlijn en een platform voor kinderen in moeilijkheden. Er is daarover regelmatig overleg in de interministeriële conferentie en wij doen elk op ons terrein wat we kunnen doen.

Wat betreft de vragen over de testen en de studies, die zal ik allemaal schriftelijk beantwoorden. Als u twee dagen geleden aan minister De Backer hebt gevraagd hoeveel testen er werden uitgevoerd, dan is de situatie vandaag natuurlijk anders, aangezien er dagelijks testen worden gedaan en die cijfers dus elke dag veranderen.

Er werd de laatste dagen vooral gewerkt aan de woon-zorgcentra omdat de deelstaten duidelijk hadden gemaakt dat daar een groot probleem was. De interministeriële conferentie is daarop dan ook meteen ingegaan. Op 14 april keurde de Risk Management Group een globaal kader goed inzake de ondersteuning van de sector van oudereninstellingen door de sector van de ziekenhuizen. Dat werd op 15 april door de IMC Volksgezondheid bevestigd.

Het gaat over vaststellingen van verschillende groepen, namelijk het comité Hospital & Transport Surge Capacity, het comité dat elke dag vergadert, het comité Primary & Outpatient Care Surge Capacity en de Outbreak Management Group, die de overheden samenbrengt die verantwoordelijk zijn voor de monitoring van COVID-19, in alle centra, ook instellingen voor gehandicapten en dergelijke, alle collectieve centra.

Drie basisprincipes werden opgenomen in dit kader.

Ten eerste is er de ondersteuning van de woon-zorgcentra. Er wordt steun geboden, maar die mag nooit afbreuk doen aan de basisopdracht van de ziekenhuizen, aan hun opdracht in het algemeen en in het kader van de COVID-19-crisis in het bijzonder. Zij geven steun aan de woon-zorgcentra. Die steun moet ook lokaal worden beoordeeld. De steun van de ziekenhuizen wordt vooral geconcentreerd op gebieden waar zij een reëel toegevoegde waarde hebben.

De praktische organisatie is het resultaat van overleg tussen meerdere ziekenhuizen met een ondersteunende capaciteit. Bij voorkeur gebeurt dit in het locoregionaal netwerk en anders toch geografisch dichtbij. Er kunnen dan partnerschappen geïdentificeerd worden om de woon-zorgcentra te ondersteunen, evenals de thuiszorgdiensten en vrijwilligers. Ook andere actoren worden best op de hoogte gebracht van de ondersteuning.

Ziekenhuizen moeten regelmatig worden geïnformeerd over de evolutie van de gezondheidstoestand in de woon-zorgcentra in hun regio. Als daar grote problemen zijn, heeft dat natuurlijk gevolgen voor de opnames in het ziekenhuis.

Het is een schreeuw om hulp. Op termijn zullen de woon-zorgcentra zelf hun functie terug moeten kunnen invullen, als zij door de problemen heen zijn, als zij geholpen zijn op het vlak van testing en expertise die ter beschikking wordt gesteld door klinische farmacologen, hygiënisten, zorgverleners in de palliatieve zorg enzovoort. Dat is dan een extern liaisonteam vanuit de ziekenhuizen dat naar de centra gaat of via videoconferentie hulp biedt.

Het is niet de bedoeling dat de ziekenhuizen hun personeel ter beschikking stellen. Ik hoor hier dat er mensen in de ziekenhuizen zijn die nu geen werk hebben. De noodplannen hebben er juist voor gezorgd dat er meer IC-bedden zijn bijgemaakt. Voor één IC-bed extra heeft men twee equipes meer nodig dan voor een gewoon bed, dus die mensen zijn al omgeschoold en ingeschakeld. Ik kan moeilijk aan die mensen vragen om tijdens hun recuperatiedag, als zij die al hebben, ook nog eens in een woon-zorgcentrum te gaan werken. Dat zorgt er inderdaad voor dat er lege bedden zijn, maar de bestaffing die daarbij hoort, staat op een andere afdeling zoals de intensieve zorg. De afdeling waar ECMO wordt toegepast heeft zelfs een drie- of viervoudige ploeg nodig. Het is dus allemaal niet zo simpel om dat te organiseren in de ziekenhuizen.

(…) via de FOD de surge capacity, die weet hoeveel mensen er in een gewoon bed liggen in al onze ziekenhuizen, hoeveel in een bed met respiratie, hoeveel in een IC-bed. Zij maken dan de curven op, wat ons een idee geeft hoe wij onze capaciteit op peil kunnen houden voor het aantal mensen dat gehospitaliseerd wordt.

Ook thuisverpleegkundigen kunnen worden ingeschakeld in de woon-zorgcentra, mijnheer De Caluwé. Er kan wel geen beroep gedaan worden op de nomenclatuur voor thuisverpleegkunde, dus daarover moeten afspraken worden gemaakt tussen het woon-zorgcentrum en de thuiszorgdienst of de thuisverpleegkundige. Ongeveer 10 % van de activiteit van de thuisverpleegkundigen is weggevallen, maar zij hebben natuurlijk ook meer tijd nodig omdat zij hygiënische maatregelen moeten treffen en beschermingskleren aan- en uit moeten doen.

Een deel van het absenteïsme is in de woon-zorgcentra vooral te wijten aan mensen die ziek zijn of dreigen ziek te worden, maar ook aan mensen die bang zijn om naar de woon-zorgcentra te gaan.

Il est aussi possible que les hôpitaux viennent en soutien aux maisons de repos en leur donnant le matériel de protection nécessaire. Quant aux entités fédérées, elles ont délivré du matériel à leurs structures.

Er is ook tijdelijk ondersteuning voor de huisvesting van patiënten. Een ziekenhuis kan een patiënt tijdelijk opnemen als die te veel zorg nodig heeft, maar die patiënt kan bijvoorbeeld ook tijdelijk naar een intermediaire structuur worden gebracht als er in het woon-zorgcentrum problemen met de beschikbare zuurstofsystemen zijn. Ik heb daarover weinig vragen gehoord. Wij hebben beslist dat als mensen een groot debiet van zuurstof nodig hebben, wat meestal het geval is bij COVID-19-patiënten, zij langer in het ziekenhuis kunnen blijven om de woon-zorgcentra te ontlasten.

De ziekenhuizen zorgen in samenwerking met de artsenorganisaties ook voor de opleiding van artsen en het ondersteunen van coördinerende en raadgevende artsen in de woon-zorgcentra en geven opleidingen voor het correcte gebruik van het testmateriaal.

Pour ce qui concerne les structures intermédiaires, la cellule opérationnelle mise en place par le SPF Santé publique avec le soutien de la Défense a mis en ligne, le 27 mars dernier, une enquête visant à repérer toutes les infrastructures qui pourraient être activées en tant que structures intermédiaires.

Cette cellule a reçu 460 réponses du côté francophone et 150 du côté néerlandophone. On compte 250 infrastructures activables sur le territoire de Bruxelles et 80 sur le territoire de la Région flamande. Quatre structures d'accueil intermédiaires ont été activées en Flandre et deux en Wallonie. Une structure d'accueil est en préparation à Bruxelles.

Over chronische en uitgestelde zorg zijn er veel vragen gesteld. Sommige ingrepen zijn inderdaad uitgesteld, maar nooit ingrepen van chronische zorg voor mensen met echt ernstige problemen. Behandelingen zoals het plaatsen van een knieprothese worden wel uitgesteld. Vanuit de ziekenhuizen vernemen wij echter dat er zorg wordt uitgesteld, waarvan ik al heb gezegd dat het mogelijk gevaarlijk is, aangezien de ziekte niet zomaar weggaat. Daarvoor hebben we zelfs filmpjes in twee talen opgenomen.

Il faut vraiment continuer à consulter les généralistes ou les médecins en milieu hospitalier, en cas de plaintes.

Les gens craignent de se rendre à l'hôpital, mais les hôpitaux ont pris suffisamment de mesures pour séparer les patients atteints du COVID-19 des autres patients. Les médecins généralistes ont également pris des mesures: ils travaillent sur rendez-vous, sans salle d'attente. Ils demandent aux patients d'attendre à l'extérieur, ce qui permet de limiter les contacts.

Nous avons aussi mis en place des postes de triage pour exclure un trop plein de patients dans les salles d'attente. Les tentes et les postes de triage sont une aide logistique efficace.

Mijnheer de voorzitter, ik merk dat ik het einde van mijn spreektijd al heb bereikt. Al de vragen over geneesmiddelen en vaccins heb ik in enkele antwoorden samengevoegd. Met uw toelating zal ik u die toesturen.

S'agissant de la pénurie des médicaments, j'ai déjà répondu hier en séance plénière à la question de Mme Tillieux. M. De Cuyper a réagi immédiatement aux demandes souhaitant l'élaboration d'une communication commune à l'AFMPS et l'Absym pour répondre aux inquiétudes des professionnels de la santé. Cette déclaration tient en cinq pages que je vous invite à lire. Vous y apprendrez que le stock de médicaments permet désormais de prendre en charge les patients pour une durée supérieure à quatre semaines et que les livraisons semblent devenir moins difficiles à obtenir dans un délai de 15 jours.

On veut atteindre six semaines d'utilisation. J'ai entendu d'autres durées dans vos questions. Je suis donc contente que la clarté soit faite sur cette problématique qui est quand même importante pour ne pas effrayer les patients hospitalisés ni leurs familles. Il a été clarifié que le Propofol était destiné à l'usage humain mais aussi vétérinaire. Cela a été évalué par nos experts. Il en va de même de tous les tests nécessaires fournis par l'agence.

Madame Schlitz, en ce qui concerne l'accès aux contraceptifs, de nombreuses mesures ont déjà été prises afin de soutenir le travail de tous les soignants et de permettre une continuité. Deux mesures en particulier facilitent la délivrance de la prescription de contraceptifs grâce aux ordonnances délivrées aux patients en limitant les contacts et le déplacement. D'une part, il y a la possibilité pour le médecin de donner des avis médicaux par téléphone et de faire des prescriptions électroniques. D'autre part, il y a la possibilité pour la patiente de se rendre à la pharmacie uniquement avec le code RID de sa prescription qui lui aura été transmise par mail ou par téléphone par le médecin, en lieu et place de la preuve de prescription électronique sur papier exigée auparavant.

Madame Tillieux, madame Schlitz, pour ce qui concerne l'interruption volontaire de grossesse, il a été demandé aux prestataires de soins de reporter toutes les interventions non urgentes, l'objectif étant de libérer un maximum de lits. Cependant, aucune liste exhaustive de services prioritaires n'a été dressée. Il appartient aux prestataires concernés - médecins, dentistes, kinésithérapeutes, sages-femmes, etc. - d'apprécier le caractère urgent d'une prise en charge. Cependant, une interruption de grossesse comme un accouchement nécessitent une intervention dans un temps limite. Il est donc évident que ce facteur est pris en compte par les services concernés qui doivent apprécier le caractère urgent de la prise en charge.

Mevrouw Depoorter had ook nog een vraag over de DNR-code. Als u het mij toestaat, mijnheer de voorzitter, zal ik het antwoord u ook bezorgen.

Dan is er nog een belangrijk punt dat meerdere leden hebben aangehaald.

On parle beaucoup de l'attitude des hôpitaux envers les patients âgés, les patients souffrant d'un handicap ou de maladies mentales. La Ligue des usagers des services de santé (LUSS) a notamment attiré l'attention sur ce point. J'ai eu un contact avec certains de ses membres pour discuter de cette problématique. J'ai également une réponse écrite détaillée quant aux questions posées par le Conseil supérieur. Monsieur le président, je vous transmettrai ce document.

Il faut éviter d'exclure certains groupes de patients plus vulnérables et nous avons pris les mesures adéquates dans les hôpitaux, notamment pour éviter aux médecins de devoir faire des choix en fonction des patients à traiter.

Alle patiënten worden, indien nodig, getest en opgevangen. Er is geen enkel criterium als ouderdom, kind, minder oud of ouder, handicap, man, vrouw of ander gender, dat daarin een verschil mag maken. Er is geen enkel excuus voor discriminatie, dat staat ook duidelijk in de brief die ik heb verstuurd. Ik zal het antwoord in het Nederlands en het Frans bezorgen in het kader van de openbaarheid van bestuur, maar ook omdat het belangrijk is voor de volksvertegenwoordigers om te weten hoe wij daarmee omgaan en hoe wij kunnen verzekeren dat alle mensen die er nood aan hebben, kunnen worden geholpen.

Beaucoup de questions concernent le rapportage des décès. Il faut dire que Sciensano fait tout un travail. Il n'y a pas beaucoup de problèmes dans les hôpitaux.

Wat het aantal overlijdens buiten de ziekenhuizen betreft, is het aandeel van niet-bevestigde of vermoedelijke COVID-patiënten zeer groot. Het gaat altijd om cijfers van mensen die overleden zijn, maar wij willen weten welke extra sterfte er is door het COVID-virus. Het blijft natuurlijk even pijnlijk voor de familie als mensen aan iets anders gestorven zijn. Ik meen eerlijk gezegd dat het voor de mensen niet veel uitmaakt waaraan oma is gestorven, maar in de cijfers moeten wij toch het onderscheid maken.

In Europa is er – ECDC zegt dat zelf – eigenlijk geen uniforme manier van rapporteren. In Duitsland komt de rapportering bijvoorbeeld van de zestien Länder. Het Robert Koch-Institut is bezig met een rapportering voor het hele land maar die zou pas op 1 november 2020 klaar zijn.

Aangezien wij willen kunnen vergelijken met wat er in de buurlanden gebeurt, is Sciensano nu bezig met het berekenen van de oversterfte, het verschil tussen het normaal te verwachten aantal sterfgevallen op basis van de cijfers van de laatste vijf jaar per leeftijdsgroep en het huidige aantal. Die cijfers zullen waarschijnlijk in de loop van de volgende week op de website verschijnen. Het reële sterftecijfer wordt dus vergeleken met het verwachte cijfer op basis van de overlijdens van de voorgaande jaren, met de fluctuaties die aangeven of het toen om een erge dan wel om een gewone griep ging.

Voor de epidemiologen zijn die cijfers interessant, maar voor de man of de vrouw in de straat is elk overlijden er natuurlijk een dat met hetzelfde respect dient te worden behandeld.

Dan was er nog een vraag over de 1 miljard euro. Die beslissing is vooral genomen om ervoor te zorgen dat de ziekenhuizen niet in thesaurieproblemen zouden komen. Dat is een eerste KB. Het moest snel gaan. Er komt ook nog een volgend KB dat ook nog middelen moet toewijzen. Met die 1 miljard euro is de kous dus niet af. De rekening zal daarna worden gemaakt.

Werkgroepen zijn bezig met de financiering van de extra kosten die gepaard gaan met COVID-19 en hoe het  verder zal verlopen voor de inkomsten die zijn weggevallen, maar waar toch continuïteit moet worden geboden om zorg aan de mensen te bieden.

Er is alleen tijdelijke werkloosheid bij contractuelen, niet bij statutair personeel. Om die tijdelijke werkloosheid te vermijden, werden ook garanties geboden voor het personeel dat via het BFM wordt vergoed. Die mensen worden ook op andere plaatsen ingezet.

Het zal een zeer moeilijke oefening worden om de minderinkomsten en de meerkosten op een objectieve manier verwerkt te krijgen. Daarom werden ook werkgroepen bij het RIZIV opgericht.

Mijnheer de voorzitter, ik zal alle antwoorden in de volgende dagen bezorgen, zeker voor de volgende commissie. Ik zal misschien ook al een aantal zaken meteen kunnen doorgeven.

 

Yoleen Van Camp (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, een deel van de antwoorden is gegeven, maar heel wat antwoorden ook niet.

Wat de zorginstellingen betreft, hebt u nu verduidelijkt dat het miljard is vrijgemaakt om op korte termijn ervoor te zorgen dat de ziekenhuizen niet overkop gaan, dat de rekeningen betaald kunnen worden. Er komen nog bijkomende middelen. Dat wordt besproken in werkgroepen. Er is nog niets concreet, dus ik vraag u nogmaals om daarvoor in voldoende middelen en een billijke verdeling te voorzien. De verliezen in de ziekenhuizen zijn echt gigantisch. Er moet vooral ook in grendels worden voorzien opdat de nodige middelen naar het zorgpersoneel zouden gaan. Wij mogen immers niet vergeten dat zij ondertussen al ruim een maand in de frontlinie hun leven wagen voor onze gezondheid.

Wat mijn tweede vraag over de honoraria voor de opvolging van patiënten betreft, ik vind het heel verontrustend dat u zegt dat dit enkel een eenmalig honorarium is voor thuisverpleging die in contact komt met en zorg verstrekt aan een patiënt met COVID-19. Dat is niet correct, want de thuisverpleging moet nu voor alle patiënten extra middelen uitgeven aan beschermingsmateriaal, beschermingsmateriaal dat u vanuit de overheid onvoldoende hebt voorzien. U hebt niet geantwoord op mijn vraag. Ik heb u een concrete case voorgelegd, waarbij de COVID-lijn formeel liet weten dat ze onvoldoende materiaal heeft. Het zijn bovendien chirurgische maskers die onze thuisverpleging niet afdoende beschermen. Een honorarium enkel voor de opvolging van de patiënten die besmet zijn, is echt ondermaats als men weet dat ze voor hun veiligheid en voor die van de patiënten die ze aan huis verzorgen nu extra kosten moeten maken. Ik vind dat onaanvaardbaar.

Ten slotte, wat het materiaal betreft, antwoordt u gewoon dat er materiaal is verstrekt. Ik vond dat een van de belangrijkste vragen – in welke bescherming hebt u voor onze zorgverleners in de frontlinie voorzien -, en u antwoordt in één zinnetje dat er materiaal werd verstrekt. Zoals ik al zei, zijn het chirurgische mondmaskers. Die zijn onvoldoende. Ik wil u er nogmaals op wijzen dat ons zorgpersoneel voor onze gezondheid alle dagen zijn leven waagt in de frontlinie en u hebt niet eens in voldoende, noch het juiste beschermingsmateriaal voorzien.

Ik hoop dat u tenminste de nodige middelen vrijmaakt om in de compensatie te voorzien voor die mensen waarop wij vandaag zo hard rekenen.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is