Mondelinge vraag aan minister De Block: Klimaat“vluchtelingen” na de Teitiota-zaak

Door Yoleen Van Camp op 23 januari 2020, over deze onderwerpen: Asiel en migratie

Het EVRM wordt door links activistische rechters vaak aangewend om het beleid op te rekken richting open grenzen. Het principe van de non-refoulement (art. 3 EVRM), bijvoorbeeld, geldt voor mensen die een acuut gevaar zouden lopen bij terugsturen naar land van herkomst. Met bijvoorbeeld de zaak Hirsi Jamaa werd het principe van terugsturen naar veilige haven bijvoorbeeld uitgehold. Dit is jammer want het staat een ordentelijk en rechtvaardig asiel- en migratiebeleid in de weg, waarbij op een gecontroleerde manier migratie van de meest kwetsbare mensen wordt toegelaten. Het maakt dat illegale migratie naar Europa de norm is geworden, in de praktijk van hoofdzakelijk sterkere en kapitaalkrachtigere migranten – die mensensmokkelaars voldoende geld kunnen betalen om de levensgevaarlijke oversteek te maken. Dergelijke uitspraken hebben duizenden doden op zee op hun geweten.

Daarom maakt onze fractie zich ernstig zorgen over de zaak van Ioane Teitiota tegen Nieuw-Zeeland. Daarbij migreerde deze inwoner van de republiek Kiribati (op het eiland Zuid-Tawara) – een eilandengroep in Oceanië – naar Nieuw-Zeeland in 2013 “omwille van de klimaatverandering”. Nieuw-Zeelandse rechters wezen zijn asielverzoek terecht af, en ook de VN mensenrechtencommissie bevestigde dat Teitiota’s leven geen direct gevaar liep. In de onderbouwing van het VN-vonnis (dat overigens niet bindend is) stellen de VN echter dat hoewel de situatie nu niet levensbedreigend is, de leefbaarheid van het eiland binnen zo’n 15 jaar wel in het gedrang zou kunnen komen. Daarmee zetten de VN de deur open om klimaatvluchtelingen op te nemen in de Vluchtelingenconventie. Een stelling die Amnesty International meteen oppikte.

Dit is voor onze fractie meer dan een brug te ver. Potentiële en toekomstige klimaatvluchtelingen in de Vluchtelingenconventie opnemen zou het migratiemodel nóg verder op de helling brengen. Daarmee zouden tientallen tot honderden miljoenen mensen in Afrika en andere regio’s hun recht op migratie kunnen opeisen richting welwaartstaten zoals West- en Noord-Europa. Dat zou nefast zijn voor dit land.

Duitsland erkende al dat dit complete nonsens is en dat de vluchtelingenstatus moet voorbehouden blijven voor mensen in oorlog of op de vlucht van vervolging. Mijn vragen aan u zijn:

  1. Hebt u kennisgenomen van de zaak Teitiota?
  2. Wat is uw standpunt over klimaatvluchtelingen? Bent u het ermee eens dat zij geen vluchtelingen zijn of vindt u dat ze dat recht wel hebben? Vindt u dat hun leven acuut bedreigd wordt? Wat vindt u van de stelling van de VN en Amnesty International?
  3. Hebben er in dit land al mensen asiel aangevraagd met als argument de klimaatverandering? Indien zo, welke beslissingen zijn in die dossiers genomen?
  4. Indien neen, als er in de toekomst zo’n aanvraag binnenkomt, hoe gaat u dan oordelen?
  5. Wat gaat u ondernemen om te voorkomen dat dit land binnen een aantal jaren met massale asielaanvragen van klimaatvluchtelingen te maken zal krijgen?

Minister Maggie De Block: Mevrouw Van Camp, het gaat inderdaad om een bijzondere zaak. Het eiland waarop de betrokken aanvrager woont, dreigt door de stijging van de zeespiegel onbewoonbaar te worden, weliswaar nog niet binnen korte termijn en er is zeker geen sprake van een reëel risico.

Tot op dit moment werd er in België nog geen gelijkaardig verzoek ingediend. Alle vragen tot internationale bescherming worden natuurlijk door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van het CGVS beoordeeld.

Wat ons betreft, vallen klimaatvluchtelingen – wij hebben dat geverifieerd – niet onder de Conventie van Genève. Dat is een belangrijke leidraad. De definitie van vluchteling in het Vluchtelingenverdrag is helemaal gesteund op de Conventie van Genève, dus die deur is dicht.

De klimaatverandering is uiteraard een bekend fenomeen. Hier is een andere aanpak vereist dan gewoon de betrokkenen als vluchteling erkennen. Er moet eerst een ambitieuze aanpak op internationaal niveau zijn die meer is gericht op de preventie van dergelijke fenomenen. Inzake de klimaatproblematiek heeft Europa dus een belangrijke rol te spelen, aangezien die, om misschien minder ernstige redenen, meer gedwongen migratie en conflicten in de wereld veroorzaakt. Dit was echter een uitzonderlijke zaak en het asiel werd, zoals u zegt, door alle instanties afgewezen en dat is ook de houding die wij aannemen.

 

Yoleen Van Camp (N-VA): Dat is zeer duidelijk, mevrouw de minister. U zegt ook heel duidelijk dat er geen sprake is van een reëel risico, dat er nog geen aanvragen ontvangen zijn en dat klimaatvluchtelingen niet onder de Conventie van Genève vallen. Dat is het duidelijke signaal dat ik van u graag wilde horen, dus bedankt daarvoor.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is