Mondelinge vraag aan minister De Block: Slaapstudies thuis

Door Yoleen Van Camp op 13 september 2018, over deze onderwerpen: Volksgezondheid

Mevrouw de minister, enkele maanden geleden vroeg ik bij uw kabinet cijfers op over het aantal slaapstudies en de kosten. Opvallend is dat in heel wat landen, zoals Nederland, de USA, Duitsland en Zwitserland dergelijke slaapstudies al in de thuissituatie gevoerd worden. Raar vond ik dan ook uw reacties in de pers dat mijn voorstel om de haalbaarheid hiervan te bekijken in dit land, door u van tafel werd geveegd door te stellen dat dit praktisch niet haalbaar is. Ik citeer ter herinnering uw reactie in de pers: "De meting en observatie kan thuis niet even gesofisticeerd gebeuren. " "We gaan dus niet besparen ten koste van de kwaliteit en de gezondheid van de mensen."

Daarbij heb ik volgende vragen:

  1. Als de meting thuis niet "even gesofisticeerd" zou kunnen verlopen, hoe verklaart u dan dat het in heel wat landen, waaronder naburige, West-Europese landen die een goede kwaliteit van de gezondheidszorg hebben, wel gebeurt? 
  2. Er zijn studies die onderbouwen dat slaaponderzoeken ook thuis kunnen plaatsvinden, met eenzelfde kwaliteit. Soms is de kwaliteit ook hoger, omdat de situatie in de thuisomgeving beter het natuurlijke slaappatroon verzekert. Heeft u weet van deze studies? 
  3. Zijn er voor u studies waar u uw stellingen op bouwt om te beweren dat slaapstudies thuis technisch niet haalbaar zijn en van een lagere kwaliteit zouden zijn?
  4. Bent u van plan om uw oordeel over thuisslaapsstudies bij te stellen of blijft u erbij dat dit niet haalbaar is in de thuisomgeving? Waarom en kunt u dat standpunt onderbouwen en toelichten?

Minister Maggie De Block: Mevrouw Van Camp, wij werken eraan verder en ook die studies lopen voort. Op dit moment worden op de raad van bestuur van het kenniscentrum de studievoorstellen voor het programma 2019 besproken. In die lijst staat een studievoorstel inzake ambulante praktijkaanpak van slaapapneu in de thuisomgeving. Onder voorbehoud van de beslissing van de raad van bestuur van het kenniscentrum, zullen wij dus beschikken over een studie waarin een wetenschappelijk antwoord wordt gegeven op de vragen hoe de opsporing, de educatie, de inzet van de apparatuur en de opvolging en evaluatie van de patiënt best gebeuren.

Het is dus niet zo dat wij dat niet willen, alleen zijn er op het terrein en in de wetenschappelijke studies nog niet genoeg garanties dat dit met dezelfde veiligheid voor de patiënt kan gebeuren. Dat is ook aangekaart bij het kenniscentrum. Dat ligt daar vandaag op tafel.

 

Yoleen Van Camp (N-VA): Mevrouw de minister, als we kijken naar de nationale studies kan dit inderdaad het geval zijn. Er zijn echter op internationaal vlak in de wetenschappelijke literatuur alleen studies die de veiligheid en de kwaliteit ervan wel staven. Er is nog geen enkele studie gepubliceerd die het tegendeel zou beweren. Ik meen dat ik daaruit mag concluderen dat de stellingen die u in de pers geponeerd hebt eigenlijk niet onderbouwd zijn.

Ik vind het wel een goede zaak dat onderzocht wordt of we het in dit land wel kunnen doen. Uit de cijfers die ik doorgekregen heb blijkt immers dat we daarop kunnen besparen. U zei dat dit ten koste van de kwaliteit en de gezondheid van de mensen zou gaan. Als studies echter aantonen dat er zelfs een betere kwaliteit geboden wordt voor een lagere kostprijs, dan zie ik niet in waarom we dat niet zouden doen. Ik hoop dan ook dat hier werk van wordt gemaakt en dat men snel een studie hierover kan aanvatten.

 

Minister Maggie De Block: Ten eerste, als het kenniscentrum zich daarover buigt, dan wordt er ook gekeken naar de gepubliceerde internationale studies. Zij nemen die altijd mee. Dat is hun manier van werken, zij hebben een zekere methodiek.

Wat zij uiteraard niet meenemen zijn studies die door de bedrijven zelf worden opgezet. Dat zijn degene waaraan u refereert. Een firma die zelf een studie uitvoert, zal niet naar buiten komen met de conclusie dat het iets minder gevaarlijk of toch gevaarlijk is. Dat zijn natuurlijk truken van de foor, als zij zelf met studies naar buiten komen.

Wij hebben de verplichting opgelegd dat studies die de veiligheid niet voldoende aantonen, zullen moeten worden gepubliceerd. Het kenniscentrum gaat eigenlijk niet af op commerciële studies maar wel op echte studies, publicaties, zowel uit het binnenland als internationaal.

 

Yoleen Van Camp (N-VA): Ik heb mijn beweringen nooit gebaseerd op studies die…

 

Minister Maggie De Block: Ik moet mij daarop richten om een beleid te voeren. Ik moet zeker zijn van de veiligheid voor de patiënt. Men is ook niet overtuigd van die veiligheid en zal dit dan ook verder onderzoeken.

 

Yoleen Van Camp (N-VA): Ik heb mijn uitspraken nooit gebaseerd op studies van firma's. Ik baseer mij altijd op wetenschappelijke bronnen en raadpleeg daarvoor PubMed. Als het gaat over betrouwbare wetenschappelijke studies moeten zij in hun methodologie aangeven of zij worden gesponsord door bedrijven. Ik heb zelf ook altijd in de wetenschappelijke tak gewerkt, en heb eromtrent een doctoraat gemaakt. Ik denk wel dat ik weet wat een betrouwbare studie is en wat niet.

Ik blijf dan ook bij mijn standpunt. Wetenschappelijke studies, die mensen kunnen consulteren en die losstaan van wat firma's naar buiten brengen, tonen aan dat de kwaliteit van slaaponderzoeken thuis net zo goed zijn, en vaak zelfs beter. Dat is ook de reden waarom Nederland, Duitsland, de Verenigde Staten en Zwitserland – toch niet direct landen waar de kwaliteit van de gezondheidszorg laag is – dit hebben ingevoerd.

Ik blijf bij mijn standpunt. Ik ben blij dat die wetenschappelijke studies worden gebundeld en dat dan wordt bekeken of het hier kan worden ingevoerd.

 

Minister Maggie De Block: Dat is men momenteel aan het beslissen.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is