Mondelinge vraag aan minister De Block: Stage studenten geneeskunde

Door Yoleen Van Camp op 2 oktober 2019, over deze onderwerpen: Volksgezondheid

Mevrouw de minister, stage is een onderdeel van de studies geneeskunde. Toekomstige dokters en specialisten krijgen de kans om te proeven van hoe het hen zal vergaan eenmaal ze hun studies hebben afgerond en aan hun carrière in de medische wereld kunnen beginnen. Het is daarom uiteraard van groot belang dat deze studenten tijdens hun stage goede begeleiding en ondersteuning krijgen.

Ondanks de bestaande wetgeving ter zake, blijven er spijtig genoeg nog steeds verhalen opduiken over stagairs geneeskunde die veel meer ingezet worden dan nodig, met alle negatieve gevolgen van dien. Dit gaat dan over het aantal ingezette uren per week, te korte rustmomenten tussen stagedagen, enzovoort.

Vandaar mijn vragen aan u:

  1. Hoeveel overtredingen van de wetgeving ter zake werden vastgesteld? In hoeveel gevallen werden sancties uitgeschreven?
  2. Wat is de stand van zaken van het onderzoek naar het statuut van artsen in opleiding?

Minister De Block:  U meldt problemen rond de arbeidsduur van studenten geneeskunde. Daarnaast vraagt u naar de  stand van zaken van het onderzoek naar het statuut van artsen in opleiding.

Inzake de arbeidsduur bevat de Wet van 12 december 2010 [1] duidelijke maxima, waarbij toegelaten overschrijdingen (bv. reageren op een voorgekomen of dreigend ongeval) heel beperkt zijn en restrictief moeten geïnterpreteerd worden.

De Europese reglementering die hierbij werd omgezet in Belgische wetgeving zocht een compromis [2] tussen voldoende blootstelling aan medische activiteit én de bescherming van de kandidaten en van de veiligheid van de opleiding.

De Wet van 12 december 2010  is van toepassing zowel op studenten-stagiairs die nog hun diploma geneeskunde moeten behalen als op artsen in professionele vorming die een specialisatie willen bekomen.
Het Sociaal Strafwetboek [3] bevat sancties wanneer de bepalingen inzake arbeidsduur niet gerespecteerd worden.

De controle van de arbeidsduur is toegewezen aan de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. Het aantal probleemmeldingen en onderzoeken is beperkt, maar er wordt een verhoogde prioriteit voor deze materie aangekondigd.

De arbeidsduur is uiteraard slechts één van de elementen die tijdens de stages binnen de opleiding geneeskunde en nadien tijdens de professionele vorming tot een specialisatie, moeten opgevolgd worden. Een correcte opvang van de kandidaten, aandacht voor hun welzijn en privé leven, opvolgen van de kwaliteit en veiligheid van hun vormingstraject met een evenwicht tussen theoretische en praktische vorming; zijn allemaal belangrijke aandachtspunten.

  • De stages binnen de studies geneeskunde, vallen onder de bevoegdheid onderwijs van de gefedereerde entiteiten. De inspanningen van de universiteiten voor een adequate organisatie en opvolging van deze stages zijn te appreciëren. Een transparante feedback van studenten over het verloop van hun stages is belangrijk voor een continue kwaliteitsverbetering.
  • Dezelfde open communicatie en transparantie is nodig voor de professionele stages na het behalen van het diploma geneeskunde. De opvolging van deze individuele stages is een Vlaamse bevoegdheid. Het Vlaams Besluit van 24 februari 2017 voorziet een procedure bij meningsverschillen tussen stagemeester en kandidaat [1]. De criteria voor de professionele vorming en de erkenning van stagemeesters en -diensten zijn een federale bevoegdheid. Het is sinds lang mogelijk om een erkenning van een stagemeester of -dienst in te trekken [2]wanneer de kwalitatieve en veiligheidsvereisten niet langer gewaarborgd zijn. Dergelijke vergaande maatregel gebeurde tot nog toe slechts uitzonderlijk. Een meer preventief en begeleidend mechanisme is dan ook aangewezen. Eind 2018 heeft de Hoge Raad Artsen [3]  een advies uitgebracht betreffende de kwaliteit en veiligheid van stagediensten. Hierin wordt gepleit voor een moderne organisatie van de stages via opleidingsnetwerken met een belangrijke rol en verantwoordelijkheid voor de faculteiten geneeskunde. De kwalitatieve opvang van de kandidaat in professionele vorming staat centraal. Er wordt gewezen op het  belang van een goed werkend stageteam en gepleit voor de  beschikbaarheid van een coach en van een ombudspersoon.  Een cultuur van transparantie met feedback  per uitgevoerde stage is een randvoorwaarde. Deze voorstellen van de Hoge Raad Artsen worden onderzocht en er wordt overleg voorzien met de gefedereerde entiteiten.

U vraagt tenslotte naar de stand van zaken rond het onderzoek naar een eventuele aanpassing van het sui generis statuut van artsen in opleiding[1] .
Tijdens de vorige legislatuur werd breed overleg gepleegd en werd de mogelijkheid van het uitbreiden van het statuut met de eerste pensioenpijler onderzocht. Dit voorbereidend werk zal zeker nuttig zijn voor de verdere uitwerking tijdens de nieuwe legislatuur. Het dossier wordt zoals u weet ook behandeld binnen de Medicomut.

 

 

 

 

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is