Mondelinge vraag aan minister De Block: Tekort aan verpleegkundigen

Door Yoleen Van Camp op 30 januari 2020, over deze onderwerpen: Volksgezondheid

Verpleegkundigen in Vlaanderen zorgen gemiddeld voor 9,4 patiënten. De internationaal aanvaarde norm is nochtans ten hoogste 8. Dat bleek uit een nieuw rapport van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). Daarin staat ook dat er de komende jaren duizenden extra verpleegkundigen nodig zijn.

U weet dat ik hier vorige legislatuur ook al regelmatig vragen over heb gesteld en toen ook al heb geduid op de tekorten die dreigen, op de slechte werkomstandigheden en vooral op het feit dat we nu al te weinig verpleegkundigen hebben per aantal patiënten.

Het goede nieuws uit het KCE rapport is dat het aantal verpleegkundigen in de Belgische ziekenhuizen de afgelopen 10 jaar is toegenomen. Maar ondanks alle inspanningen zijn er nog steeds te weinig verpleegkundigen om de stijgende zorgbehoeften op te vangen. Gemiddeld staat elke verpleegkundige in voor 9,4 patiënten. Specifiek: 7 patiënten 's morgens, bijna 9 's avonds en 18 's nachts. Dat is niet zonder gevolgen voor de patiënten. Uit onderzoek van de Universiteit van Antwerpen van vorig jaar bleek dat de helft van onverwachte overlijdens in onze ziekenhuizen te maken heeft met een tekort aan verpleegkundigen. 

Het rapport van het KCE  roept op om dit jaar nog wettelijk te bepalen hoeveel patiënten een verpleegkundige maximaal kan verzorgen en dat er forse investeringen komen. Ook raadt het rapport aan dat andere medewerkers niet-verpleegkundige taken kunnen overnemen.

Mijn vragen aan u zijn dan ook:

  1. Welke maatregelen en investeringen plant u naar aanleiding van dit rapport?
  2. Waarom is de situatie de voorbije jaren zo kunnen escaleren? Had u niet eerder moeten ingrijpen?
  3. Wat is voor u het ideale aantal patiënten waarvoor 1 verpleegkundige kan/moet instaan?
  4. U heeft in de commissie laatst gezegd dat het importeren van verpleegkundigen uit, bijvoorbeeld, Oost-Europa een oplossing is. Maar als de werkomstandigheden even slecht blijven, zullen ook zij afhaken, dus dat is helemaal geen oplossing. Bent u het daar mee eens?

Minister Maggie De Block: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van Camp, eerst en vooral heeft het Kenniscentrum een zeer goed rapport afgeleverd over de verpleegkundige bestaffing in de ziekenhuizen. We moeten dit rapport gebruiken als instrument om mee richting te geven aan het beleid voor de komende jaren. U weet dat verpleegkundigen een belangrijke rol spelen in de ziekenhuiszorg, dichtbij de patiënt, maar ook niet onbelangrijk zijn voor de artsen en andere zorgverleners. Gezien de groeiende zorgnood van de burgers, kunnen wij verwachten dat hun belang in de komende jaren nog zal groeien. Het is dus broodnodig om niet alleen financieel, maar ook organisatorisch en inhoudelijk te investeren in de aantrekkelijkheid van het beroep.

De vorige jaren werden daarin al meerdere stappen gezet. We hadden het sociaal akkoord uit 2017 voor personeel van publieke en private federale gezondheidszorginstellingen, met name om ook de arbeidsomstandigheden te verbeteren, door bijvoorbeeld invoering van eindeloopbaanmaatregelen of om de werkgelegenheid in de diensten te vergroten of om de verloning te verbeteren. Dan was er ook de organisatorische ziekenhuishervorming, waardoor er meer wordt samengewerkt tussen de ziekenhuizen in de ziekenhuisnetwerken. Door die samenwerking en doordat elk ziekenhuis zich zal toeleggen op welbepaalde activiteiten in het netwerk, zal er een vorm van specialisatie ontstaan waardoor er efficiënter en kwalitatiever kan worden gewerkt. Op die manier kunnen er middelen vrijkomen die opnieuw kunnen worden geïnvesteerd in de verpleegkundige zorg. Inhoudelijk is er de hervorming op de wet van de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen. Daar werd voor een betere ondersteuning van de verpleegkundigen gezorgd. Er kunnen handelingen worden gedelegeerd aan een zorgkundige. Daarnaast werd de functie van verpleegkundig specialist gecreëerd, die de doorgroeimogelijkheden van de verpleegkundige verruimt.

Dat zijn heel wat stappen, maar we zijn er nog niet. Het rapport van het Kenniscentrum zegt dat er wel een verbetering is, maar dat we er inderdaad nog niet zijn. Bijkomende inspanningen van iedereen blijven nodig, niet alleen van de deelstaten en het federale niveau, maar ook van Welzijn, Onderwijs, de ziekenhuizen zelf, de beroepsorganisaties en nog andere. We weten dat ondertussen in het Parlement via het Zorgpersoneelfonds werd voorzien in een grote som voor meer handen aan het bed, wat ook deels voor de zelfstandige verpleegkundigen geldt. Dat geeft de mogelijkheid om meer zorgverleners aan te werven en meer mensen op te leiden tot verpleeg- of zorgkundige. Op het sociaal overleg heb ik samen met minister van werk Muylle en met minister van Budget Clarinval een sociaal akkoord gesloten. Daarin wordt 600 miljoen toegekend voor het zorgpersoneel en is gewerkt aan loonvoorwaarden, met 500 miljoen voor 100 % inkanteling van IFIC. Er is ook nog 100 miljoen uitgetrokken voor andere maatregelen, onder andere hoofdverpleegkundigen uit de norm halen, zodat die niet meer meetellen. Zij hebben immers een coördinerende functie en leveren niet geen, maar toch weinig handen aan het bed.

Ik denk bijvoorbeeld ook aan vakantieregelingen, uurregelingen enzovoort. Dat alles zal nu allemaal moeten worden ingevuld door cao's of collectieve overeenkomsten, naargelang het een private of publieke sector is. Het sociaal overleg zal zich daar nu over buigen. Dat gaat in in januari 2021 en loopt door tot eind 2022. Natuurlijk wordt er dan betracht een nieuw sociaal akkoord voor de volgende jaren op te stellen waarop verder kan worden gebouwd. In deze legislatuur zijn belangrijke stappen gezet.

De grote uitdaging is het feit dat de vacatures moeten worden ingevuld. Daar heeft niemand echt een oplossing voor. We moeten mensen vinden die zich willen laten opleiden in de zorg en wij moeten jonge mensen motiveren. Ook moeten wij oog hebben voor de zijdelingse instroom, ik denk aan mensen die al een andere vorming hebben genoten, maar een bijkomende opleiding willen doen. Verpleegsters die bijvoorbeeld al jaren op een verzekerings- of arbeidsgeneeskundige dienst werken, kunnen misschien ook de stap naar de zorg zetten. Dit geldt natuurlijk niet voor iedereen die om het even welk beroep uitoefent, daarvoor is het niveau van de opleiding te hoog. Daar zal het een uitdaging zijn om genoeg mensen te kunnen motiveren om in de zorg aan de slag te gaan en de aantrekkelijkheid van het beroep te garanderen.

De voorzitter: Mevrouw de minister is iets over haar tijd gegaan, terecht, want het is een belangrijk onderwerp. Mevrouw Van Camp, u krijgt dus een dubbele repliektijd.

 

Yoleen Van Camp (N-VA): In de pers is aangekondigd dat de vrijgemaakte middelen ook voor de zelfstandige thuisverpleging zou worden aangewend.

 

Minister Maggie De Block: Dat heb ik ook gezegd.

 

Yoleen Van Camp (N-VA): In orde, dat heb ik dan gemist. Ik dacht dat u alleen sprak over loonverband. Dan ben ik gerustgesteld.

Er zijn al heel veel ideeën geopperd om meer personeel aan te trekken in de zorgsector, maar ik ben ervan overtuigd dat we vanzelf mensen naar het beroep kunnen leiden als de werkomstandigheden verbeteren, als er voldoende handen aan het bed zijn en als bijvoorbeeld voor de zelfstandige thuisverpleging de honoraria up to date zijn en echt de werklast coveren. Zo wordt het beroep veel aantrekkelijker. Ik juich die inspanningen dus zeker toe.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is