Mondelinge vraag aan minister De Block: Terugnameakkoorden

Door Yoleen Van Camp op 13 januari 2020, over deze onderwerpen: Asiel en migratie

Uw voorganger, Theo Francken, zette zwaar in op het realiseren van terugnameakkoorden. Zo werden er onder zijn bewind overeenkomsten getekend met o.a. Marokko, Kameroen, Algerije, Irak, …

Het sluiten van terugnameakkoorden is een essentieel onderdeel van een sterk repatriëringsbeleid. Het zorgt er voor dat we mensen die hier illegaal zijn, ook effectief wegkrijgen en het creëert meer open plaatsen in de opvangcentra.

Mijn vragen aan u zijn dan ook:

  1. Hoeveel terugnameakkoorden heeft u al afgesloten sinds december 2018?
  2. Welke gesprekken over terugnameakkoorden zijn er momenteel lopende? En met welke landen?
  3. Naar hoeveel landen bent u het voorbije jaar geweest om daar ter plaatse te gaan onderhandelen over een terugnameakkoord of om er een akkoord te ondertekenen?

Minister Maggie De Block: Ik heb echt al veel tijd gehad dit jaar, nietwaar? Met drie grote departementen kan ik, o ironie, reizen zoveel ik wil. Ik zal het allemaal maar serieus nemen.

De daling van het budget, zoals ik al wel tien keer heb gezegd, is niet het gevolg van een verminderde aandacht voor gedwongen terugkeer of een overname van dossiers van gedwongen terugkeer door Frontex, maar wel van de verhoogde financiering door Frontex van gedwongen terugkeer, uitgevoerd door DVZ. Een steeds groter deel van die vliegtuigtickets wordt niet meer door België betaald, maar wel door Frontex. Ik heb er iemand op gezet om die aanvragen te doen. Het kleine België is de absolute nummer één in Europa om de middelen van Frontex te gebruiken voor die tickets. Het gaat er dus om wie de factuur betaalt. Het is goed voor ons land om, als we de mogelijkheid hebben om de factuur door Frontex te laten betalen, daar maximaal gebruik van te maken.

In 2019 bespaarde DVZ, dus wij allemaal, op die manier ongeveer 2,5 miljoen euro aan alleen vliegtuigtickets. Dat geld werd vervolgens voor de Dienst Vreemdelingenzaken toegewezen aan de werking van de gesloten centra en de IT-projecten die onder meer gericht zijn op een optimaler beheer van de terugkeer en de gesloten centra. Die kredieten worden dus nog steeds aangewend in het kader van de terugkeer. Wij doen dus meer op het vlak van gedwongen terugkeer zonder budgetverhoging. Dat is toch een voorbeeld van goed beheer, de hoofdtaak van een regering in lopende zaken. Natuurlijk blijven er nog wat uitdagingen en zou het beter zijn wanneer wij een regering met volheid van bevoegdheden zouden kunnen krijgen en nieuwe maatregelen zouden kunnen nemen.

Ten slotte is er uw vraag naar mijn standpunt. In het concept van de parlementaire controle op de regering is het niet gebruikelijk dat een minister wordt ondervraagd over het stemgedrag van een fractie. Als u discussies hebt met een andere fractie, kunt u die gerust hier voeren, zonder dat u mij daar als minister voor nodig hebt.

In lopende zaken moeten wij in de eerste plaats de personeelsbezetting bij de diensten van DVZ garanderen ten opzichte van eind 2018, in het licht van de continuïteit van het werk bij de overheidsdiensten. Zoals de minister van Begroting al in de commissie heeft aangehaald, is het aantal vertrekkers groter dan het aantal aanwervingen, niet alleen bij de dienst voor Verblijf en Toegang, maar ook bij het merendeel van de diensten bij de migratie- en asielinstanties.

Voor de asieldiensten hebben wij de door de ministerraad goedgekeurde personeelsversterking van een tweehonderdtal personen nog niet volledig kunnen voltooien, ondanks diverse oproepen. Ondertussen is bij de asieldiensten alweer een veertigtal personen vertrokken.

Door de krappe arbeidsmarkt, de strikte aanwervings­procedures bij de overheid en een heel gebrekkige personeelsbezetting bij P&O om de huidige wervingspiek op te vangen, is het niet eenvoudig om snel geschikte personeelsleden in dienst te krijgen.

Dat is geen nieuw probleem. Ik denk dat het een belangrijk aandachtspunt is voor de volgende federale regering om werk te maken van snellere aanwervingsprocedures en om de administraties meer flexibiliteit te geven om sneller op de noden te kunnen inspelen.

Ik wijs u erop dat asiel- en migratie-instanties geen wervingen doen per dienst, maar voor generieke profielen per niveau. Sedert september 2019 is er een statutaire aanwervingsprocedure lopende voor niveau A bij DVZ. Ook werd er eind september een aanwervingsprocedure voor contractuelen op niveau C gelanceerd voor alle asiel- en migratie-instanties.

Het ziet ernaar uit dat wij de komende weken nieuwe aanwervingsprocedures zullen moeten opstarten, zeker voor niveau A. Afhankelijk van het aantal geschikte kandidaten dat door die aanwervingsprocedures geraakt, kunnen de diensten worden versterkt naar gelang van de hoogste prioriteiten.

In dat verband krijgt de versterking van de asieldiensten uiteraard een heel grote prioriteit, want elke cent die men stopt in de versterking van de personeelsversterking van asielinstanties, verdient zich tienvoudig terug en bespaart ons ook de opening van nog bijkomende plaatsen in de centra.

Ik deel uw bezorgdheid over de noodzaak aan extra personeel op de dienst Verblijf en Toegang, niet alleen op het vlak van gezinshereniging, waar er te weinig personeel is, maar ook op het vlak van de legale arbeidsmigratie.

Ik wil er ook op wijzen dat die problemen niet nieuw zijn en al lang voor mijn aantreden bestonden. Dat kan ik slechts met u vaststellen.

Bij mijn aantreden stelde ik een probleem vast op die diensten en bij Asiel. Ik moest ook constateren dat er geen wervingsreserve voorhanden was. Ik blijf erbij dat de intussen veelbesproken maatregel in 2018 om het personeel van de asieldiensten af te bouwen, geen goede beslissing was. Er waren andere mogelijkheden. Ik vernam dat mijn voorganger daarover deze week nog maar eens andere verklaringen de wereld in stuurde. Ik zag ook een tweet van de heer Segers. Ook daar is sprake van voortschrijdend inzicht.

Op dit moment is er geen budget- maar een wervingsprobleem.

De discussie over de extra toekenning van het budget in de inter­departementele provisie is in die zin enigszins virtueel. Het bewijs daarvan is dat ik voor de extra aanwervingen op Asiel nog geen enkele afwijking heb moeten aanvragen op de 1/12-regeling. Dat komt doordat de marges op de gebudgetteerde personeels­enveloppes voor Asiel en Migratie op dit moment volstaan. Nu moeten we alleen nog de juiste mensen kunnen rekruteren.

Zoals de minister van Begroting ook in het Parlement heeft bevestigd, is er drie miljoen euro uitgetrokken in de inter­departementele provisie. Dat is voor heel het domein Asiel en Migratie, inclusief het CGVS en de DVZ. Daar kunnen we de bestemming inderdaad kiezen. Het is op dit moment dus geen budgettair probleem, eerder een wervingsprobleem.

Ik hoop van harte dat ik het extra geld in 2020 zal kunnen aanwenden en dat ik het Parlement bijkomende afwijkingen op de 1/12-regeling zal moeten vragen voor de personeelsenveloppe van IBZ voor Asiel en Migratie. Dat zou immers betekenen dat we de openstaande vacatures hebben kunnen invullen en dat we voldoende personeel hebben gevonden. Zo kunnen we de continuïteit garanderen en de urgente problemen oplossen.

Ik heb de DVZ gevraagd een update te maken van de urgente noden van alle diensten. Zo kan ik alvast de personeelskaders aanpassen en een prognose van de eventuele extra benodigde middelen voorleggen aan de ministerraad.

Sinds december 2018 is er nog één terugkeerakkoord gesloten, met Rwanda. Het implementatieprotocol bij het Europees Re-admissieakkoord over Turkije loopt nog. Ook meerdere terug- en overnameakkoorden van de Benelux zijn nog in behandeling. België leidt hier de gesprekken; het betreft de landen Angola, Kirgizië, Tadzjikistan en Vietnam. Er zijn ook memorandums of understanding met Algerije, Niger en Senegal.

Daarnaast vertrok de directeur-generaal naar nog een aantal landen om over een terugkeerakkoord te onderhandelen of om terugkeer te bevorderen. Hij ging naar Libanon, Sierra Leone, Tunesië, Ethiopië, Benin, Kameroen, Irak, Israël, Palestina en Congo.

Ik ben daar niet mee naartoe geweest omdat ik voor nog twee andere grote departementen bevoegd ben. Ik ben wel zelf met de ontradingsreizen gestart maar toen had ik alleen deze bevoegdheid. Nu is dat echt niet meer mogelijk, wegens mijn andere departementen.

Wij hebben echter niet stilgezeten. Wij blijven trachten de landen van herkomst ervan te overtuigen goed mee te werken aan de terugkeer. Bovendien ontvang ik veel ambassadeurs en ander diplomatiek personeel, van diverse landen, op mijn kabinet.

Kortom, het spijt mij, maar ik ben niet op reis kunnen gaan, hoewel u meent dat ik niet anders te doen heb.

 

Yoleen Van Camp (N-VA): Bedankt voor uw antwoord.

Ik zou u nochtans ten zeerste steunen mocht u net wel tijd uittrekken voor die terugnameakkoorden. Het maakt natuurlijk veel meer indruk als de minister die terugnameakkoorden bedingt. Dat ziet men aan die welke wij al hebben kunnen afsluiten.

Uw palmares is onder deze regering in lopende zaken net iets minder indrukwekkend dat van uw voorganger. Zonder die terugnameakkoorden kunnen wij de uitgewezen asielzoekers jammer genoeg niet terugsturen. Dat is dan ook te zien in de cijfers die ik heb opgevraagd.

Ik heb ook de cijfers van vorig jaar, en er blijkt een terugval te zijn. U hebt daar vandaag zelf over gecommuniceerd. Ik vind deze cijfers daar niet in terug, wat mij het ergste doet vermoeden voor de jaarcijfers van 2019. Ik wacht daar nog altijd op.

De eerste signalen lijken mij toch duidelijk uit te wijzen dat hoewel Frontex meer terugbetaalt, waar u mee uitpakt, u het aantal terugkeerders niet kan optrekken. Uw stelling is dus volledig onderuit gehaald.

Het enige wat mij gunstig stemt is dat u de extra middelen voor de DVZ zult aanwenden voor de toegang en het verblijf. Het is wel jammer dat u daar statutairen voor aanwendt, maar goed. Het verheugt mij dat u, hoewel u ze niet per dienst kunt aanwerven, prioriteit zult geven aan de toegang en het verblijf.

Tot slot, ik heb van de tussentijd gebruikgemaakt om de exacte cijfers op te vissen. U zei: die zijn online beschikbaar; consulteer ze maar; dan zult u zien dat u de verbetering kunt vaststellen. Wel, mijn collega Darya Safaï verwees er ook al naar: in 2019 waren er 27.700 aanvragen. Dat is 18 % meer dan in 2018 en 40,9 % meer dan in 2017.

De achterstand, zo berichtte de website waarnaar u verwees, is alleen maar toegenomen. Wij staan nu 10.300 dossiers achter en er is een reële achterstand van ruim 6.000 dossiers.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is