Mondelinge vraag aan minister De Block: Tussenkomst Europees Commissaris inzake gezinshereniging in Denemarken

Door Yoleen Van Camp op 16 juni 2020, over deze onderwerpen: Asiel en migratie

Op 10 juni vond er een zitting plaats van het Europees Hof voor de rechten van de mens over een zaak waarbij Denemarken zich moet verantwoorden omdat het een aanvraag tot gezinshereniging weigerde van M.A.

Groot was mijn verbazing toen ik las dat Europees Commissaris Mijatovic deel had genomen aan deze zitting en zich daarbij kantte tegen de beslissing van de Deense staat om de aanvraag tot gezinshereniging te weigeren. De Europese commissaris vond namelijk dat Denemarken een te strikt beleid hanteert op vlak van gezinshereniging.

Mijn vraag aan u is:

  1. Bent u, vanuit uw functie, ook van plan om in deze zaak tussen te komen, maar dan wel om de verdediging van Denemarken mee op u te nemen?

Minister Maggie De Block: Het gaat om een zaak die reeds op 10 juni 2020 door de Grote kamer werd behandeld. De verzoeker met een Syrische nationaliteit valt in Denemarken onder het statuut van tijdelijke bescherming. Dat verschilt van subsidiaire bescherming. De gezinshereniging met zijn vrouw werd geweigerd omdat hij, overeenkomstig de Deense wet, niet langer dan drie jaar in het bezit van een verblijfsvergunning was, wat hij als een overtreding van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens beschouwt.

In onze wetgeving is er geen vergelijkbare bepaling betreffende de wachtperiode van drie jaar voordat de vreemdeling die internationale of tijdelijke bescherming geniet een hereniging met zijn gezinsleden kan bekomen, maar u weet dat onze regelgeving zeer verschillend is van de Deense.

Het statuut van tijdelijke bescherming, waarvan de verzoeker in deze zaak geniet onder de Deense regeling hebben wij in België niet. Ik zou dus niet weten waarom ik in deze zaak moet tussenbeide komen. Ik denk dat daar andere mensen zoals experts en advocaten beter geplaatst voor zijn. Ik zie dit niet als mijn rol, zeker omdat ik hier al genoeg te doen heb. Denemarken heeft op dat vlak een ander statuut in Europa en het Deens model is ook een heel ander model dan het onze.

 

Yoleen Van Camp (N-VA): Mevrouw de minister, in dat laatste hebt u wel gelijk. Ik vind het op zich echter niet gepast dat een Europees commissaris zich richt tegen de soevereiniteit van een land. Denemarken heeft een aantal verdragen niet goedgekeurd, waardoor het land niet gebonden is. Wettelijk gezien komt het Denemarken gewoon toe om wetgeving omtrent gezinshereniging op touw te zetten. Daarom vroeg ik of u dat vanuit die optiek niet kunt steunen. Het is ongepast dat een Europees commissaris zich daarmee moeit, al zeker wanneer dat zo uitgesproken gebeurt. Het leek onze fractie in die zin wel gepast dat u als minister heel duidelijk maakt dat lidstaten, binnen de internationaal bindende regels en normen, het recht hebben om een eigen beleid uit te zetten op het vlak van gezinshereniging. Ik begrijp echter dat u daartoe niet bereid bent. Dat is jammer.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is