Mondelinge vraag aan minister De Block: visum voor afgestudeerde hbo5-verpleegkundigen

Door Yoleen Van Camp op 14 juli 2019, over deze onderwerpen: Volksgezondheid

Mevrouw de minister, zoals u weet, voldoet de Vlaamse hbo5-opleiding verpleegkunde niet aan de voorwaarde vermeldt in artikel 45, eerste paragraaf, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen (WUG-wet) die vraagt dat “de opleiding van verpleegkundige bestaat uit ten minste 4600 uur theoretisch en klinisch onderwijs, waarbij de duur van het theoretisch onderwijs ten minste een derde en de duur van het klinisch onderwijs ten minste de helft van de minimumduur van de opleiding bedraagt.” De Vlaamse regering is geen voorstander van het verlengen van de stageduur van de hbo5-opleiding verpleegkunde, vermits de lange opleidingsduur van 3 jaar vandaag, dan verlengd zou moeten worden met een extra jaar. En dat terwijl de gemiddelde hbo5-opleiding maar 1 tot 2 jaar duurt. Een nog langere opleiding brengt de aantrekkelijk van de opleiding verpleegkunde in het gedrag en vermindert zo de instroom van het aantal nieuwe verpleegkundigen in de toekomst. Dit zal op termijn een zware druk leggen op de kwaliteit van onze gezondheidszorg.

Paragraaf 1/1 van artikel 45 van de WUG-wet stelt echter dat “iedereen die een opleiding tot verpleegkundige heeft beëindigd of aangevat voor 18 januari 2016” het verpleegkundig beroep mag uitoefenen. Voorts staat er nog dat “iedereen die een opleiding tot verpleegkundige aanvat in het tweede semester van het schooljaar of academiejaar 2015-2016 […] hiermee [wordt] gelijkgesteld.”

Deze zomer zouden de eerste studenten moeten afstuderen die vanaf het academiejaar 2016-2017 de opleiding verpleegkunde hebben aangevat.

  1. Kan u garanderen dat de afgestudeerde hbo5-verpleegkundigen in 2019, die hun opleiding na het academiejaar 2015-2016 hebben aangevat, ook een visum zullen ontvangen om het beroep van verpleegkundige uit te oefenen?
  2. In de vorige legislatuur heeft u in uw antwoord op mondelinge vraag nr. 17581 van de heer Egbert Lachaert verduidelijkt dat de Europese Commissie toestaat dat lidstaten een afzonderlijke beroeptitel creëren voor verpleegkundigen waarvan de opleiding niet aan de Europese stagevoorwaarden voldoet. Zou u bereid zijn om een afzonderlijke beroepstitel te voorzien voor hbo5-verpleegkundigen om de aantrekkelijkheid van de hbo5-opleiding te behouden en te verzekeren dat alle afgestudeerde hbo5-verpleegkundigen het beroep kunnen uitoefenen?  

Minister Maggie De Block: Mevrouw Van Camp, het betreft hier inderdaad een belangrijk probleem, dat zich trouwens alleen in Vlaanderen voordoet en niet in Wallonië of Brussel.

Op 10 oktober 2019 werd België in gebreke gesteld door middel van een aanvullende aanmaning door de Europese Commissie met betrekking tot de uitvoering van artikel 21, lid 6 en artikel 31 van de richtlijn nr. 36 van 2005. Concreet betreft het de omzetting van de Europese voorwaarden inzake de kennis, de vaardigheden en de competenties, alsook de minimumopleidingseisen voor de algemeen ziekenverpleger.

Voor Vlaanderen stelt de Commissie in zijn aanmaningsbrief dat de HBO5-opleiding in Vlaanderen niet lijkt te voldoen aan de minimumopleidingseisen die zijn vastgesteld in artikel 31 van die richtlijn. De Commissie stelt dat de federale overheid de eisen vaststelt voor toegang tot het beroep. De federale competentie is goed afgebakend. De federale overheid stelt de eisen vast voor toegang tot het beroep van algemeen ziekenverpleger en is verantwoordelijk voor de afgifte van een vergunning die de houder ervan toelaat het beroep uit te oefenen, het zogenaamde visum, zodra de aanvragers aan de minimumopleidingsvereisten voldoen.

Het zijn echter de drie Gemeenschappen, die de exclusieve bevoegdheid hebben om de opleidingsprogramma's te organiseren die aan de federale eisen beantwoorden. Daar knelt evenwel het schoentje, weliswaar alleen in Vlaanderen.

De Commissie merkt op dat, terwijl de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen de in de richtlijn van 2005 vastgestelde minimumopleidingseisen correct lijkt om te zetten, sommige opleidingsprogramma's, die in de wetgeving van de Gemeenschappen zijn opgenomen en afgestudeerden het recht geven de aanvraag in te dienen voor een visum op federaal niveau, niet aan die minimumopleidingseisen voldoen. Uit de relevante wetgeving die in de Vlaamse Gemeenschap van kracht is, kan worden afgeleid dat het onderwijsprogramma voor het behalen van het diploma van gegradueerde verpleger/verpleegster HBO5, zoals vermeld in bijlage 5 bij de richtlijn van 2005, slechts voorziet in 3.600 uren opleiding.

De desbetreffende besluiten van de regering die in de Duitse Gemeenschap van kracht zijn, bevatten ook tegenstrijdigheden en leiden tot de conclusie dat de minimumeisen voor de opleidingsprogramma's die tot het diploma van erkend verpleegkundige leiden, 3.601 uren onderwijs bedragen, waarvan slechts 1.867 uren klinisch onderwijs moet zijn.

De Commissie merkt verder op dat het ernaar uitziet dat de studenten in die programma's, waarvan de eerste groep die volgens de nieuwe vereiste richtlijn had moeten worden opgeleid, in juni 2019 is afgestudeerd, nog steeds toegang zullen krijgen tot het beroep van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, hetgeen volgens de Commissie in strijd is met de vereiste van de richtlijn van 2005. Het probleem is er dus al.

De Commissie is derhalve van mening dat België zijn verplichting conform artikel 21 lid 6 en artikel 31 van de richtlijn niet is nagekomen, door zijn opleidingsprogramma's van gegradueerde verpleger/verpleegster HBO5 en Brevet Krankenpflege, die toegang verlenen tot het beroep van algemeen ziekenverpleger in België, niet aan te passen aan de minimumeisen van dezelfde richtlijn.

Wij hadden de afgelopen jaren herhaaldelijk overleg over de omzetting van de Europese richtlijn in de interministeriële conferentie Volksgezondheid en nam ik verscheidene initiatieven om de bevoegde ministers te wijzen op de noodzaak van een correcte omzetting van de richtlijn. Ik verwijs in het bijzonder naar mijn schrijven aan onder andere de toenmalig bevoegde minister Crevits op 4 april 2017 en 18 oktober 2018 en op 4 juli 2019. Daarnaast werd de problematiek ook nog besproken in de Federale Raad voor Verpleegkunde. Ook de voorzitter van de Federale Raad voor Verpleegkunde uitte bij de toenmalige minister van Onderwijs zijn bezorgdheid.

Ondertussen is er een nieuwe minister van Onderwijs. Ik ben altijd bereid het hem nog eens uit de doeken te doen. We zitten niet zo ver van elkaar, trouwens. Ik denk dat hij hier al een hele kluif aan zal hebben, want het is een zeer ingewikkeld dossier. Het standpunt van de Vlaamse regering betreffende HBO5, zoals verwoord in het regeerakkoord, is mij bekend. Dat vraagt een nieuw beleid vanwege de federale regering, maar dat kan niet in lopende zaken. Het standpunt zal dus moeten worden bepaald bij de opmaak van een nieuw federaal regeerakkoord, waarbij we natuurlijk de brieven van de Commissie en de argumenten hier moeten meenemen in de discussie.

Ik neem intussen het initiatief om de ministers van de Vlaamse regering te bevragen over de maatregelen die zullen worden genomen opdat de kennis, de vaardigheden en de competenties alsook de minimumopleidingseisen voor de algemeen ziekenverplegers op Vlaams vlak conform de vereiste eisen opgenomen in artikel 21 lid 6 en artikel 31 van de richtlijn uit 2005, worden. Zo niet zullen er nog steeds problemen zijn bij de volgende lichting afgestudeerden.

Ik vind dat een heel belangrijk probleem. Ik heb daarover al heel veel brieven geschreven, maar is nog steeds niet opgelost.

Yoleen Van Camp (N-VA): Tot dan reikt u wel de visa uit?

Minister Maggie De Block: Neen, de Commissie zegt dat de degenen die nu afgestudeerd zijn, al niet meer conform zijn voor het visum.

Yoleen Van Camp (N-VA): U levert dus geen visum meer?

Minister Maggie De Block: Ze hebben een visum gekregen, maar de Commissie zegt nu in het laatste aanmaningsrapport dat het eigenlijk onterecht wordt uitgereikt. Dat is het probleem. Er moet op dat niveau iets gebeuren.

Yoleen Van Camp (N-VA): Absoluut. Ik dacht dat u de visa nog uitreikte en dat ze nog wel aan de slag konden gaan. Ik was er niet van de op de hoogte dat ze niet meer geldig zijn. Ze kunnen hun beroep dus niet meer uitoefenen.

Minister Maggie De Block: Ze hebben het visum nog gekregen, maar de Commissie zegt dat ze niet meer aan de voorwaarden voldoen.

Yoleen Van Camp (N-VA): U doet wat u kunt, maar de verpleegkundigen op het terrein hebben er weinig aan dat er brieven worden gestuurd en dat er overleg wordt gepleegd. Als de visa vandaag niet meer geldig zijn, moet er een oplossing komen. Men lost dat niet op door brieven te sturen.

De werkomstandigheden van de verpleegkundigen zijn vandaag al zo slecht. Voor de thuisverpleging loopt de financiering achter. Er zijn te weinig handen aan het bed. Dan komt dat er nog eens bij. Dan zijn wij verbaasd dat er te weinig instroom is en dat er een tekort is op de arbeidsmarkt.

Dit kan echt niet. Het bewijst nogmaals dat ook de structuur van het land nefast is voor het beleid.

Minister Maggie De Block: Het betreft hier wel een Vlaamse competentie. Uw partij is daarvoor volledig bevoegd in Vlaanderen. U moet de wereld niet op zijn kop zetten.

Ik moet toch een aantal zaken zeggen. De mensen op het terrein kunnen daar inderdaad niets aan doen. De studenten verpleegkunde en de studenten HBO5 kunnen daar niets aan doen. Dat is aan de beleidsverantwoordelijken, de minister van Onderwijs. Ik heb in brieven, die minister Weyts ongetwijfeld geërfd zal hebben, erop gewezen dat we in de problemen zullen komen, als de opleiding niet voldoet aan de Europese voorwaarden.

Wie moet ervoor zorgen dat de opleiding daaraan voldoet? Dat is de minister van Onderwijs. Hoelang is Onderwijs al naar Vlaanderen overgeheveld? Al heel lang. De minister was volledig bevoegd daarvoor. Het is wel gebeurd in Wallonië. Waarom zou het dan niet in Vlaanderen kunnen gebeuren? Wat we zelf doen, doen we beter. Wel, begin eraan!

Yoleen Van Camp (N-VA): Ik vind het intellectueel oneerlijk om te schieten op een minister die net gestart is en die een dossier erft dat door zijn voorgangers is verknoeid. U blijft tot op heden als federaal minister bevoegd voor de uitoefening van het beroep. U bent misschien niet bevoegd voor het uittekenen van de opleiding, maar wel voor het samenbrengen van de partners en voor het uittekenen van een oplossing. De toegang tot het beroep is immers federaal. De oplossing zal dus van onder uw vleugels komen. Dat verwachten wij dan ook van u.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is