Mondelinge vraag aan minister Vandenbroucke: Controles DGEC bij thuisverpleegkundigen

Door Yoleen Van Camp op 28 januari 2021, over deze onderwerpen: Volksgezondheid

In antwoord op mijn schriftelijke vraag 294 stelt u dat de controles van de DGEC “voor de overgrote meerderheid” plaats vinden bij zelfstandige thuisverpleegkundigen.

Mijn vragen aan u:

  1. Waarom is dit zo en zijn er dus blijkbaar amper controles bij de thuisverpleegkundige diensten die gelinkt zijn aan verzekeringsinstellingen?
  2. Kan u begrijpen dat zelfstandige thuisverpleegkundigen zich geviseerd voelen?
  3. Wat is het percentage overtredingen per sector, dus de zelfstandige thuisverpleging versus de thuisverpleegkundige diensten die gelinkt zijn aan een verzekeringsinstelling?

Minister Vandenbroucke: De Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het RIZIV voert inspectieactiviteiten uit op basis van meldingen en eigen risicoanalyses. Er is dus geen specifieke focus op zelfstandigen dan wel personeel in loondienst, wel op het aanrekengedrag en mogelijke administratieve fouten, misbruik, intentionele inbreuken enzovoort. Voor alle duidelijkheid wil ik beklemtonen dat in de voor de DGEC beschikbare gegevens het niet zichtbaar is welke thuisverpleegkundigen al dan niet gelinkt zijn aan een verzekeringsinstelling.

U geeft aan dat mensen zich geviseerd voelen. Als dat zo is, dan hoopt de DGEC dat, zoals ik zonet heb gezegd, die gevoelens daarin een correcte plaats krijgen. Slechts bij een heel kleine minderheid van alle zelfstandige thuisverpleegkundigen start de dienst een onderzoek op. Ik hoop werkelijk dat men ervan uitgaat dat hier geen vorm van vooringenomenheid speelt.

Zoals ik heb geantwoord op uw schriftelijke vraag nr. 294, beschikt de dienst niet over informatie die zou bevestigen dat thuisverpleegkundigen gelinkt zijn aan verzekeringsinstellingen. De ten laste gelegde inbreuken bij enkele zorgverleners zijn ook niet representatief voor de hele groep of extrapoleerbaar naar de sector. Dat is niet juist. Ik ga daar ook absoluut niet van uit. Ik zou evenmin willen dat iemand dat gevoelen heeft.

 

Yoleen Van Camp (N-VA): Mijnheer de minister, ik heb uw antwoord op die vraag er nog eens bijgenomen. Daarin wordt gesteld dat de overgrote meerderheid van de onderzoeken plaatsvindt bij de zelfstandige thuisverpleging en amper bij de instanties gelinkt aan de mutualiteiten.

Misschien moet u zelf de cijfers eens bekijken, om na te gaan of dat effectief klopt en er dan iets aan doen. Het antwoord dat mij is verschaft met daarin de cijfers, lijkt mij erop te wijzen dat een en ander het geval blijkt te zijn. Dat moet bijgevolg worden geremedieerd.

De controles in de sector moeten gelijk zijn, ongeacht of het gaat om zelfstandige thuisverpleging of thuisverpleging gelinkt aan verzekeringsinstellingen. De controles moeten gespreid worden. Het zou ons plezier doen mocht u de cijfers ter zake eens nakijken evenals uw antwoord dat u zelf hebt verschaft, namelijk dat de controles vooral plaatsvinden bij de zelfstandige thuisverpleging. Het zou ons ook plezieren mocht u dat onevenwicht rechtzetten, indien het zou worden bevestigd en uw antwoord dus zou blijken te kloppen.

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is